Algemene Verordening Ondergrondse infrastructuur De Wolden

Home > Raad en College > Verordeningen, overige regelingen en beleidsregels > Algemene Verordening Ondergrondse infrastructuur De Wolden

Algemene Verordening Ondergrondse infrastructuur De Wolden

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente De Wolden
Officiële naam regelingAlgemene Verordening Ondergrondse infrastructuur De Wolden
CiteertitelAVOI gemeente De Wolden
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpruimtelijke ordening, verkeer en vervoer
Eigen onderwerpRuimtelijke ordening, verkeer en vervoer - verordeningen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Artikel 149 Gemeentewet

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftDatum ondertekening, Bron bekendmakingKenmerk voorstel
23-06-2017 n.v.t. Nieuwe regeling 18-05-2017 Digitaal gemeenteblad, 22 juni 2016 2343

Tekst van de regeling

De raad van de gemeente DE WOLDEN;

gelezen het voorstel van de burgemeester en wethouders van 4 mei 2017;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

Besluit:

Vast te stellen de volgende verordening: Algemene Verordening Ondergrondse infrastructuur gemeente De Wolden

Hoofdstuk Inleidende bepalingen

Artikel 1.1.. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  1. a.

    aanbieder: de aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in de Telecommunicatiewet;

  2. b.

    aanvraag: de aanvraag van een instemmingsbesluit of vergunning;

  3. c.

    college: college van burgemeester en wethouders;

  4. d.

    instemmingsbesluit: besluit van het college als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onder b, van de Telecommunicatiewet;

  5. e.

    kabels en leidingen: één of meer kabels of leidingen, daaronder in ieder geval begrepen telecomkabels alsmede lege buizen, ondergrondse en bovengrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken, bestemd voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie;

  6. f.

    melding: melding als bedoeld in artikel 2.1, tweede lid. Het betreft een melding voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard, waarvoor geen instemmingsbesluit of vergunning noodzakelijk is.

  7. g.

    netbeheerder: degene die als natuurlijk persoon handelende in de uitoefening van een beroep of bedrijf dan wel als rechtspersoon een net beheert. Onder netbeheerder wordt tevens verstaan een aanbieder;

  8. h.

    openbaar elektronisch communicatienetwerk: netwerk als bedoeld in artikel 1.1, onder h, van de Telecommunicatiewet;

  9. i.

    openbare gronden: openbare gronden zoals bedoeld in artikel 1.1, onder aa, van de Telecommunicatiewet;

  10. j.

    spoedeisende werkzaamheden:

    1. werkzaamheden als gevolg van een calamiteit die noodzakelijk zijn om persoonlijk letsel of grote schade te voorkomen;

    2. werkzaamheden als gevolg van een ernstige belemmering of storing in de dienstverlening waarvan uitstel redelijkerwijs niet mogelijk of niet gewenst is;

  11. k.

    telecomkabel: een kabel als bedoeld in artikel 1.1, onder z, van de Telecommunicatiewet;

  12. l.

    vergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid. Het betreft een vergunning voor de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels en leidingen in of op openbare gronden, niet zijnde telecomkabels;

  13. m.

    werkzaamheden van niet ingrijpende aard: categorieën van werkzaamheden waarvoor geen instemmingsbesluit of vergunning noodzakelijk is, maar waarbij kan worden volstaan met een melding.

Artikel 1.2.. Toepasselijkheid

  1. 1.

    Deze verordening is van toepassing op werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels of leidingen in of op openbare gronden.

  2. 2.

    Het college voert de regie over de efficiënte ordening van werkzaamheden in verband met kabels en leidingen zoals bedoeld in het eerste lid.

  3. 3.

    Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beslissing bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.

Hoofdstuk Instemmingsbesluit en vergunning

Artikel 2.1.. Vereiste van instemming of vergunning

  1. 1.

    Het is verboden om zonder of in afwijking van een door het college verleend instemmingsbesluit of verleende vergunning werkzaamheden uit te voeren in verband met de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels of leidingen in of op openbare gronden.

  2. 2.

    In afwijking van het eerste lid kan voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard worden volstaan met een melding aan het college. Het college stelt nadere regels vast ten aanzien van categorieën van werkzaamheden van niet ingrijpende aard en kan aan de uitvoering van deze werkzaamheden voorschriften en beperkingen verbinden als bedoeld in artikel 2.4.

  3. 3.

    Het college kan één of meer gebieden aanwijzen waarbinnen niet volstaan kan worden met een melding, maar altijd een instemmingsbesluit of vergunning moet worden aangevraagd.

  4. 4.

    Spoedeisende werkzaamheden dienen onverwijld te worden gemeld aan de burgemeester. Ingeval de openbare orde of gevaar dan wel de vrees voor het ontstaan van gevaar zich verzet tegen de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden kan de burgemeester besluiten dat de werkzaamheden op een ander dan het voorgenomen tijdstip plaatsvinden. Het college stelt nadere regels vast ten aanzien van de wijze van melding en uitvoering van deze werkzaamheden.

  5. 5.

    Het in het eerste lid opgenomen verbod is niet van toepassing op werkzaamheden van de gemeente bij de uitoefening van haar publiekrechtelijke taak.

  6. 6.

    Het in het eerste lid opgenomen verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Spoorwegwet, de provinciale wegenverordening of de Waterschapskeur.

Artikel 2.2.. De aanvraag en de melding

  1. 1.

    Een aanvraag of melding wordt ingediend bij het college.

  2. 2.

    Het college stelt nadere regels vast ten aanzien van de bij een aanvraag of melding te verstrekken gegevens en de wijze van verstrekking.

Artikel 2.3. Beslistermijnen

  1. 1.

    Het college beslist op de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.

  2. 2.

    Indien voor de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels of leidingen zowel een aanvraag op grond van deze verordening als een aanvraag op grond van een andere wet is ingediend, al dan niet bij een ander bestuursorgaan, dan stelt de aanvrager het college hiervan op de hoogte.

  3. 3.

    Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, deelt het college dit aan de aanvrager mede en noemt het daarbij een zo kort mogelijke termijn van ten hoogste acht weken waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.

  4. 4.

    Op schriftelijk verzoek van de aanvrager stelt het college een aanvraag buiten behandeling.

Artikel 2.4. Voorschriften, beperkingen en weigeringsgronden

  1. 1.

    Het college kan aan een instemmingsbesluit of een vergunning voorschriften en beperkingen verbinden, dan wel een vergunning weigeren, in het belang van:

    a. de openbare orde;

    b. de veiligheid, waaronder mede verstaan wordt de verkeersveiligheid of een goede doorstroming van het verkeer;

    c. het voorkomen of beperken van overlast;

    d. de bereikbaarheid van gronden of gebouwen, waaronder mede verstaan wordt het veilig en doelmatig gebruik van openbare gronden en gebouwen, het doelmatig beheer en onderhoud en het belang van nader aan te geven lokale evenementen;

    e. de ondergrondse ordening, waaronder mede verstaan wordt de bescherming van reeds in de grond aanwezige werken;

    f. de bescherming van eventuele archeologische vondsten, van groenvoorzieningen, bomen en van beplantingen;

    g. het uiterlijk aanzien van de omgeving;

  2. 2.

    De werkzaamheden moeten zijn voltooid binnen zes maanden na aanvang, tenzij in het instemmingsbesluit of de vergunning anders is bepaald.

  3. 3.

    De aanvrager draagt er zorg voor dat de voorschriften die aan het instemmingsbesluit of de vergunning zijn verbonden worden nageleefd.

  4. 4.

    Het college stelt nadere regels vast ten aanzien van de wijze van uitvoering van werkzaamheden aan kabels of leidingen.

Artikel 2.5.. Wijziging en intrekking

  1. 1.

    Het college kan het instemmingsbesluit of de vergunning wijzigen of intrekken, indien:

    a. de netbeheerder niet binnen zes maanden na het onherroepelijk worden van het instemmingsbesluit of de vergunning, of de in het instemmingsbesluit of de vergunning opgenomen termijn, met de werkzaamheden als omschreven in het instemmingsbesluit of de vergunning is begonnen;

    b. de in het instemmingsbesluit of de vergunning benoemde werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van zes maanden stilliggen;

    c. het instemmingsbesluit of de vergunning is verleend op basis van onjuiste of onvolledige gegevens;

    d. de netbeheerder het bepaalde bij of krachtens deze verordening niet naleeft;

    e. na het verlenen van het instemmingsbesluit of de vergunning naar het oordeel van het college gegronde aanleiding bestaat te veronderstellen dat het van kracht blijven van het instemmingsbesluit of de vergunning onaanvaardbare schadelijke gevolgen heeft voor mens, natuur of milieu en hieraan door het stellen van nadere voorschriften en beperkingen aan het verleende instemmingsbesluit of de verleende vergunning niet kan worden tegemoetgekomen.

  1. 2.

    Het college kan de vergunning wijzigen of intrekken, indien:

    a. de netbeheerder de leiding definitief buiten gebruik heeft gesteld;

    b. dit naar het oordeel van het college redelijkerwijs nodig is vanwege de rechtmatige uitoefening van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak.

  1. 3.

    Het college gaat niet over tot intrekking of wijziging van het instemmingsbesluit of de vergunning dan nadat het college de houder van het instemmingsbesluit of de vergunning heeft gehoord.

  2. 4.

    Aan het besluit tot wijziging of intrekking van de vergunning kan de verplichting worden verbonden om de betreffende kabels of leidingen aan te passen of deze te verwijderen.

  3. 5.

    Het college trekt het instemmingsbesluit of de vergunning in indien de houder schriftelijk aan het college verklaart geen gebruik meer daarvan te willen maken.

  4. 6.

    Een instemmingsbesluit of een vergunning geldt voor een specifieke kabel of leiding en is overdraagbaar, tenzij in de vergunning of het instemmingsbesluit anders is bepaald. Het college kan het instemmingsbesluit of de vergunning op schriftelijk verzoek van de houder op naam stellen van een andere netbeheerder.

Hoofdstuk Overige bepalingen

Artikel 3.1.. Medegebruik van voorzieningen

  1. 1.

    Een aanbieder is verplicht om bij de aanleg van telecomkabels in openbare gronden zoveel mogelijk

  2. 2.

    Het eerste lid vindt geen toepassing indien de aanbieder aannemelijk kan maken dat medegebruik op technische of economische gronden niet haalbaar is.

  3. 3.

    Indien het gekozen tracé niet kan worden uitgevoerd, dient de aanbieder een alternatief tracé te kiezen. Ook kan het college een alternatief tracé aanwijzen.

Artikel 3.2.. Verplichtingen netbeheer

  1. 1.

    Indien de eigendom, de exploitatie, het beheer of het gebruik van kabels

  2. 2.

    De netbeheerder levert op verzoek van het college informatie over een kabel of leiding.

Artikel 3.3.. Zorgplicht netbeheerder

De netbeheerder is verplicht zorg te dragen voor een goede staat van onderhoud van kabels en leidingen.

Artikel 3.4.. Verontreiniging, gevaar en hinder

  1. 1.

    De netbeheerder is verplicht verontreiniging, gevaar of hinder, dan wel storingen waarbij verontreiniging, gevaar of hinder kunnen optreden, onmiddellijk te melden aan het college en alle maatregelen te treffen teneinde verdere verontreiniging, schade of hinder te voorkomen.

  2. 2.

    Het college kan de netbeheerder opdragen een milieutechnisch onderzoek dan wel een onderzoek naar mogelijk gevaar of hinder uit te voeren, indien een redelijk vermoeden bestaat van verontreiniging, gevaar of hinder, ontstaan bij de aanleg

  3. 3.

    Het college kan bij gebleken of ernstige dreiging van verontreiniging, gevaar of hinder in of nabij het tracé van kabels en leidingen opschorting gelasten van de aanleg

Artikel 3.5.. Overleg en afstemming tijdens planvorming

  1. 1.

    De gemeente initieert en faciliteert nader overleg tussen alle betrokken partijen over alle projecten in openbare gronden. Dit overleg vindt periodiek, doch tenminste eenmaal per jaar plaats.

  2. 2.

    Het college initieert in de planfase van een door of vanwege de gemeente uit te voeren project overleg met de desbetreffende netbeheerder(s) ten einde de gevolgen van dat project voor de ligging en het onderhoud van kabels en leidingen te analyseren. De gemeente doet per bedoeld project een voorstel ten aanzien van het aantal overleggen en de regelmaat daarvan.

  3. 3.

    Op initiatief van het college wisselen alle betrokken partijen voorafgaand aan de start van een werk dat gevolgen heeft voor de ondergrondse infrastructuur de noodzakelijke informatie met elkaar uit.

Artikel 3.6.. Nadeelcompensatie

  1. 1.

    Het college kent een netbeheerder, niet zijnde aanbieder, die schade lijdt of zal lijden als gevolg van een besluit van het college als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, onder e, of artikel 2.5, tweede lid, onder b, dan wel als gevolg van de rechtmatige uitoefening door het college van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak, op verzoek een vergoeding toe, voor zover de schade redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en voor zover de vergoeding niet of niet voldoende anderszins is verzekerd.

  2. 2.

    Het college stelt een nadeelcompensatieregeling vast over de uitoefening van de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 3.7.. Herstraat- en degeneratiekosten

  1. 1.

    Indien door de netbeheerder werkzaamheden aan kabels of leidingen in of op openbare gronden worden uitgevoerd, brengt het college de kosten voor herstel, beheer, onderhoud en degeneratie van openbare gronden die het rechtstreekse gevolg zijn van de uitgevoerde werkzaamheden bij de netbeheerder in rekening.

  2. 2.

    Het uitgangspunt bij het herstel van gronden is dat de grond wordt teruggebracht in de oude staat.

  3. 3.

    Het college stelt nadere regels vast over de uitoefening van de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid.

Hoofdstuk Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 4.1.. Overgangsbepalingen

  1. 1.

    Voor kabels en leidingen die op de datum van inwerkingtreding van deze verordening rechtmatig aanwezig en in gebruik zijn geldt de door de gemeente verleende toestemming dan wel vergunning op grond waarvan zij gelegd zijn als een vergunning respectievelijk instemmingsbesluit krachtens deze verordening.

  2. 2.

    Voor zover er sprake is van privaatrechtelijke overeenkomsten tussen de gemeente en netbeheerders en tot het moment waarop deze zijn beëindigd, zijn de bepalingen in deze verordening, voor zover strijdig met de bepalingen in deze overeenkomsten, niet van toepassing.

  3. 3.

    Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een instemmingsbesluit is aangevraagd op grond van de

Artikel 4.2.. Toezicht op de naleving

Het college wijst de personen aan die zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening.

Artikel 4.3.. Strafbepalingen

Overtreding van de artikelen 2.1, eerste, tweede en vierde lid, 2.4 derde lid en 3.3 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie.

Artikel 4.4.. Slotbepalingen

  1. 1.

    Deze verordening treedt één dag na bekendmaking in werking.

  2. 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als AVOI gemeente De Wolden

  3. 3.

    De Telecommunicatieverordening gemeente De Wolden wordt op het tijdstip van inwerkingtreding van de Algemene verordening ondergrondse infrastructuur ingetrokken.

Sluiting

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente De Wolden in zijn openbare vergadering van 18 mei 2017,

de griffier, de voorzitter,

drs. Josee Gehrke Roger de Groot