Bezoldigingsregeling gemeente De Wolden 2007

Home > Raad en College > Verordeningen, overige regelingen en beleidsregels > Bezoldigingsregeling gemeente De Wolden 2007

Bezoldigingsregeling gemeente De Wolden 2007

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente De Wolden
Officiële naam regelingBezoldigingsregeling gemeente De Wolden 2007
CiteertitelBezoldigingsregeling gemeente De Wolden 2007
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerppersoneel en organisatie

Opmerkingen m.b.t. de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. bronvermelding
  2. bronvermelding

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftDatum ondertekening, Bron bekendmakingKenmerk voorstel
01-06-2008 n.v.t. Nieuwe regeling 08-01-2008 De Wolder courant 08-01-2008

Tekst van de regeling

Onderstaande (gewijzigde) tekst is geldig vanaf 1 januari 2009

Burgemeester en Wethouders van De Wolden;

gelet op het bepaalde in artikel 3:1 van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling en Uitwerkingsovereenkomst (CAR/UWO);

in overeenstemming met de Commissie voor Georganiseerd Overleg;

gelet op het gestelde in artikel 160 van de Gemeentewet;

Besluiten:

vast te stellen de navolgende “Bezoldigingsregeling van de gemeente De Wolden 2007”.

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Algemene bepalingen

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

a. ambtenaar: de ambtenaar, als bedoeld in artikel 1:1, lid 1 onder a van de CAR;

    salaris: het salaris, als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder b, van de CAR onverminderd het bepaalde in artikel 4a:3 van de CAR;

b. uurloon: het uurloon als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid onder o van de CAR;

c. schaal: de schaal als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder a, van de CAR, opgenomen in bijlage II en Ila van die regeling;

d. maximumsalaris: het hoogste bedrag van een salarisschaal;

e. bezoldiging; de bezoldiging als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder c, van de CAR;

f. betrekking: de betrekking als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid onder b, van de CAR:

g. volledige betrekking: de volledige betrekking als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid onder k, van de CAR;

h. overwerk: het overwerk als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid onder 1, van de CAR.

i. conversie: de vertaling van de gevonden rangorde naar salarisschalen.

Hoofdstuk 2. Salaris

Artikel 2. Recht op salaris

1. Het recht op salaris vangt aan met de dag waarop de aanstelling van de ambtenaar ingaat. Indien in het aanstellingsbesluit geen datum van ingang is vermeld, vangt het recht op salaris aan met de dag waarop de ambtenaar feitelijk in dienst is getreden.

2. Het recht op salaris eindigt met ingang van de dag waarop het ontslag ingaat of op de dag na de dag van het overlijden van de ambtenaar.

Artikel 3. Gebroken tijdvakken

Wanneer het salaris of een toelage moet worden berekend over een gedeelte van een maand, wordt het bedrag per dag vastgesteld door het maandbedrag te delen door het aantal kalenderdagen van die maand.

Artikel 4. Onvolledige betrekking

Het salaris van de ambtenaar met een onvolledige betrekking wordt vastgesteld op een evenredig deel van het salaris dat voor hem zou gelden bij een volledige betrekking.

Artikel 5. Salarisbedragen

1. De salarissen van de ambtenaren ten aanzien van wie het salaris niet bij of krachtens de wet is geregeld, worden vastgesteld op de bedragen volgens de salarisschalen zoals opgenomen in bijlage II of bijlage Ila van de CAR.

2. Indien er binnen het LOGA een algemene salariswijziging binnen de sector gemeenten wordt overeengekomen, wordt door burgemeester en wethouders met ingang van de datum waarop die wijziging ingaat, een overeenkomstige wijziging aangebracht in het salaris van de ambtenaar.

Artikel 6. Inpassing

1. De toepassing van bijlage II danwel bijlage Ila van de CAR vindt plaats conform hetgeen is bepaald in artikel 3:1, derde t/m vijfde lid, van de CAR.

2. Burgemeester en wethouders bepalen met inachtneming van de resultaten van een functiewaarderingsonderzoek en aan de hand van de vastgestelde conversie de voor ambtenaar geldende salarisschaal (functieschaal), tenzij zijn wijze van functioneren zich nog daartegen verzet. Hiervan is in ieder geval sprake als blijkens een beoordeling de functie (nog) niet volledig wordt vervuld, de ambtenaar nog niet over voldoende kennis en ervaring beschikt om de functie (op korte termijn) volledig te kunnen vervullen en als niet wordt voldaan aan de eisen die aan een adequate vervulling van de functie worden gesteld.

3. Als de wijze van functioneren van de ambtenaar zich verzet tegen een inpassing in de voor de ambtenaar geldende salarisschaal(functieschaal) vindt inpassing plaats in de naastlagere schaal. Hierbij wordt de termijn aangegeven die nodig wordt geacht om aan de gestelde voorwaarden voor plaatsing in de voor de ambtenaar geldende salarisschaal(functieschaal) te voldoen. Deze termijn mag maximaal 3 jaar bedragen, zijnde de maximum-duur van een Persoonlijk OntwikkelingsPlan (POP). Halverwege de afgesproken termijn vindt hierover een evaluatiegesprek plaats tussen de medewerker en zijn direct leidinggevende.

4. Van een beslissing tot verlenging van de termijn gesteld in het vorige lid wordt de ambtenaar schriftelijk mededeling gedaan onder vermelding van de redenen welke tot de beslissing hebben geleid om plaatsing in de voor de ambtenaar geldende salarisschaal(functieschaal) met een bepaalde termijn uit te stellen.

5. Anders dan bij het aanvaarden van passende of gangbare arbeid, dan wel bijwijze van disciplinaire straf, kan zonder voorafgaand ontslag voor een ambtenaar geen salarisschaal gaan gelden met een lager maximumsalaris dat van de reeds voor de ambtenaar geldende salarisschaal (functieschaal).

Artikel 7. Periodieke verhoging van het salaris

1. Het salaris van de ambtenaar die voldoende functioneert, wordt binnen de voor hem geldende salarisschaal periodiek verhoogd tot het naasthogere bedrag.

2. De periodieke verhogingen worden toegekend aan de ambtenaar die het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, jaarlijks op 1 januari, tenzij in aanstellingsbesluit of evaluatiegesprek anders is overeengekomen. Jaarlijks is slechts eenmaal toekenning van een periodiek als bedoeld in lid 1 mogelijk.

3. Het tijdstip waarop ingevolge het vorige lid voor de eerste maal een periodieke verhoging wordt toegekend, kan worden vervroegd indien daartoe naar het oordeel van burgemeester en wethouders aanleiding bestaat.

Artikel 8. Extra periodieke verhoging van het salaris

1. Aan de ambtenaar die het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt kan, als gevolg van een collegebesluit, ten hoogste twee extra periodieke salarisverhogingen tot een in de salarisschaal genoemd bedrag, niet uitgaande boven het maximumsalaris, worden toegekend op grond van zeer goede of uitstekende vervulling van de betrekking.

2. Bij de toepassing van het vorige lid blijft het tijdstip waarop ingevolge artikel 7 een salarisverhoging wordt toegekend onverlet, tenzij anders wordt bepaald.

Artikel 9. Geen periodieke verhoging

1. Indien een ambtenaar onvoldoende functioneert, kan worden bepaald dat voor hem de in artikel 7 bedoelde salarisverhoging achterwege wordt gelaten.

2. Nadien kan worden bepaald dat de salarisverhoging, welke met toepassing van het eerste lid achterwege is gelaten, al dan niet met terugwerkende kracht alsnog wordt toegekend.

3. Van een beslissing tot toepassing van het eerste lid wordt de ambtenaar zo spoedig mogelijk, doch in elk geval voor de datum waarop anders de salarisverhoging zou ingaan, schriftelijk mededeling gedaan, onder vermelding van de redenen welke tot de beslissing hebben geleid.

Artikel 10. Salaris bij bevordering naar een hogere schaal

Wanneer de ambtenaar wordt bevorderd naar een salarisschaal met een hoger maximumsalaris, wordt voor de ambtenaar, als bedoeld in artikel 3.1, derde lid onder b, van de CAR, het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op het eersthogere bedrag in die schaal, waarmee gerealiseerd wordt dat het verschil tussen het nieuwe salaris en het oude salaris van de ambtenaar tenminste 75% bedraagt van het verschil tussen het bedrag dat de ambtenaar laatstelijk genoot en het naasthogere bedrag in die oude schaal, danwel het naastlagere bedrag in die oude schaal, indien het salaris in de oude schaal reeds overeenkomt met het hoogste bedrag uit die schaal.

Hoofdstuk 3. Instrumenten van flexibele beloning

Artikel 11. Gratificatie

1. Indien een ambtenaar een uitstekende individuele prestatie heeft geleverd kan aan hem een gratificatie als bedoeld in artikel 15:1:28 van de UWO worden toegekend.

2. Door het college kunnen nadere regelen worden gesteld over de hoogte van de gratificatie en de voorwaarden waaronder die wordt toegekend.

Artikel 12. Groepsgratificatie

1. Aan een groep ambtenaren die een uitstekende collectieve prestatie hebben geleverd, kan een groepsgratificatie worden toegekend.

2. Door het college kunnen nadere regelen worden gesteld over de hoogte van de groepsgratificatie en de voorwaarden waaronder die wordt toegekend.

Artikel 13. Tijdelijke persoonlijke toelage

1. Aan een ambtenaar die gedurende een tijdvak van een jaar een uitstekende individuele prestatie heeft geleverd, kan een tijdelijke persoonlijke toelage worden toegekend.

2. Door het college kunnen nadere regelen worden gesteld over de hoogte van de in lid 1 bedoelde toelage en de termijn van toekenning.

Artikel 14. Persoonlijke toelage na bereiken maximum functionele schaal

1. Aan een ambtenaar die het maximum van de voor zijn functie vastgestelde schaal heeft bereikt, kan een persoonlijke toelage als bedoeld in artikel 3:7:8 van de UWO worden toegekend, indien betrokkene gedurende meerdere jaren uitstekend heeft gefunctioneerd.

2. Het college kan nadere regels stellen over hoogte en duur van de in lid 1 bedoelde toelage.

3. De in het eerste lid bedoelde toelage wordt ingetrokken, indien de gronden waarop de toelage werd toegekend niet meer aanwezig zijn, tenzij burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat er omstandigheden zijn om de toelage geheel of gedeeltelijk te handhaven.

Artikel 15. Arbeidsmarkttoelage

1. Aan de ambtenaar kan om redenen van werving of behoud een toelage worden toegekend.

2. De in het eerste lid bedoelde toelage wordt toegekend voor een tijdvak dat tevoren is vastgesteld, met inachtneming van een maximum van drie jaar.

3. De hoogte van de toelage als bedoeld in het eerste lid wordt nader door het college vastgesteld afhankelijk van de situatie op de arbeidsmarkt en marktconforme honorering voor de betreffende functie.

4. De toelage als bedoeld in het eerste lid eindigt op de ingevolge het tweede lid vastgestelde vervaldatum. Wanneer de arbeidsmarktsituatie waarop de toelage is gebaseerd nog steeds bestaat, kan opnieuw een toelage als bedoeld in het eerste lid aan de ambtenaar worden toegekend.

Artikel 16. Nadere regels instrumenten flexibele beloning

Het college beslist jaarlijks in de maand oktober, of voorstellen omtrent de toepassing van instrumenten van flexibele beloning als bedoeld in de artikelen 11 tot en met 14 worden toegekend.

Artikel 17. Geen afbouwregeling

Bij het beëindigen van Instrumenten van flexibele beloning als bedoeld in artikelen 11 tot en met 15 wordt geen afbouwregeling toegepast.

Hoofdstuk 4. Overige toelagen en vergoedingen

Artikel 18. Waarnemingstoelage

Een waarnemingstoelage wordt toegekend conform hetgeen is geregeld in artikel 3:1:2 van de UWO.

Artikel 19. Overwerk vergoeding

1. Aan de ambtenaar, voor wie een salarisschaal geldt lager dan dat van schaal 11, wordt ingeval van overwerk een overwerkvergoeding toegekend conform hetgeen is geregeld in artikel 3:2 en artikel 3:2.1 van de CAR/UWO.

2. De uren gemaakt als gevolg van de gladheidsbestrijdingen, storings- en /of calamiteitendiensten worden uitbetaald als zijnde overuren.

Artikel 20. Toelage onregelmatige dienst

Aan de ambtenaar voor wie een salarisschaal geldt lager dan dat van schaal 11 en voor wie de werktijden zijn vastgesteld conform in artikel 3:3 van de CAR, wordt een toelage toegekend op grond van de regeling “Toelage onregelmatige dienst” van de gemeente De Wolden.

Artikel 21. Toelage bereikbaarheids- en beschikbaarheidsdienst

De ambtenaar die buiten de werktijdenregeling als bedoeld in artikel 4:1 en 4:2 van de CARUWO ingevolge een schriftelijke aanwijzing van burgemeester en wethouders zich regelmatig of vrij regelmatig bereikbaar en beschikbaar moet houden teneinde bij oproep arbeid te gaan verrichten, wordt een toelage toegekend zoals geregeld in de regeling tot het toekennen van een toelage beschikbaarheidsdienst van de gemeente De Wolden.

Artikel 22. lnconveniëntentoelage

Burgemeester en wethouders kennen bij arbeid onder bezwarende omstandigheden van lichamelijke aard een lnconveniëntentoelage toe overeenkomstig het bepaalde in de “ Regeling inconvenienten” zoals die geldt per 1 januari 1998.

Artikel 23. Toelage voor bedrijfshulpverlening/EHBO-diensten

- De ambtenaar die is belast met bedrijfshulpverlening ontvangt daarvoor een toelage per jaar conform artikel 13 derde lid van de Overgangsregeling BBRA 1984.

- Voor het behalen en onderhouden van een EHBO diploma wordt de ambtenaar in de gelegenheid gesteld tegen vergoeding van gemaakte tijd en kosten zijn diploma te behalen en onderhouden.

Artikel 24. Afbouwtoelage

1. Aan de ambtenaar wiens bezoldiging als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage, als bedoeld in artikelen 20, 21, 22 en 23 een blijvende verlaging ondergaat, wordt door burgemeester en wethouders een aflopende toelage toegekend, indien:

a) die blijvende verlaging tot minste 3% bedraagt van de som van het salaris en de toelage als bedoeld in artikel 20, 21, 22 en 23, en

b) de ambtenaar de toelage - als bedoeld in artikelen 20, 21, 22 en 23 - direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging tot vermindering ervan, gedurende ten minste twee jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.

2. De belanghebbende in de zin van lid 1, die voorafgaand aan het vervallen van de toelage, deze gedurende ten minste 25 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten, behoudt de toelage gedurende de verdere diensttijd bij de gemeente De Wolden.

3. Voor de toepassing van lid 1 en 2 wordt onder wezenlijke onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan twee maanden.

4. De afbouw van de toelage kent het volgende verloop:

a) het eerste jaar ontvangt de ambtenaar 100% van de daling van de bezoldiging, die het gevolg is van het vervallen of verminderen van de toelage;

b) het tweede jaar ontvangt de ambtenaar 75% van de daling van de bezoldiging, die het gevolg is van het vervallen of verminderen van de toelage;

c) het derde jaar ontvangt de ambtenaar 50% van de daling van de bezoldiging, die het gevolg is van het vervallen of verminderen van de toelage;

d) het vierde jaar ontvangt de ambtenaar 25% van de daling van de bezoldiging, die het gevolg is van het vervallen of verminderen van de toelage.

Hoofdstuk 5. Overige bepalingen

Artikel 25. Vaststelling refertetijdvak toelagen

De periode bedoeld in artikel 7:8:1 van de CAR-UWO bedraagt 3 maanden en heeft betrekking op de toelagen genoemd in de Bezoldigingsregeling.

Artikel 26. Onvoorziene gevallen

Voor gevallen waarin deze regeling niet of niet naar billijkheid voorziet, treffen burgemeester en wethouders een bijzondere regeling.

Artikel 27. Slotbepalingen

1. Deze regeling treedt inwerking op 1 juni 2008 en kan worden aangehaald als de 'Bezoldigingsregeling gemeente De Wolden 2007”

2. De 'Bezoldigingsregeling 1998” wordt hiermee ingetrokken.

Sluiting

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van gemeente

De Wolden op 8 januari 2008,

de secretaris, de burgemeester