Coffeeshopbeleid

Coffeeshopbeleid

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente De Wolden
Officiële naam regelingCoffeeshopbeleid
CiteertitelCoffeeshopbeleid
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpopenbare orde en veiligheid

Opmerkingen m.b.t. de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Artikel 174 Gemeentewet
  2. Artikel 4:81 Awb

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftDatum ondertekening, Bron bekendmakingKenmerk voorstel
05-07-2001 n.v.t. Nieuwe regeling 28-06-2001 De Wolder Courant VI/7

Tekst van de regeling

Inleiding

Eens in de zoveel tijd wordt de gemeente De Wolden benaderd met de vraag of in onze gemeente zogenaamde coffeeshops worden toegelaten. Tot op heden is hiervoor geen beleid ontwikkeld. In het regionale college is meerdere malen een eventueel Drents, regionaal coffeeshopbeleid aan de orde geweest. Gelet op een recente aanvraag voor de vestiging van een coffeeshop in De Wolden is deze notitie geschreven met als doel een beleid te formuleren dat duidelijkheid geeft omtrent de (on)gewenstheid en (on)mogelijkheden van vestiging van een coffeeshop in onze gemeente. 

Hoofdstuk 1. Nederlands Drugsbeleid

Het drugsbeleid in Nederland is ontwikkeld vanuit de primaire doelstelling van de volksgezondheid. Daarnaast richt de aandacht zich op problemen als overlast en criminaliteit door verslaafden en illegale handel. In het Nederlandse drugsbeleid wordt, vanuit de wens tot scheidingvan de markten, onderscheid gemaakt tussen harddrugs en softdrugs. Een belangrijke doelstelling van het beleid vormt het verminderen van risico's die voortvloeien uit het gebruik van drugs voor gebruiker zelf, voor diens directe omgeving en voor de maatschappij. De wetgeving, met name de Opiumwet, vervult hier een belangrijke rol. In de Opiumwet wordt onder meer het ''bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, aanwezig hebben en vervaardigen'' van drugs verboden. Uit de door de wetgever gekozen benadering in de Opiumwet blijkt dat twee instanties op centraal niveau belast zijn met de uitvoering van de wet. Primair ligt de veratnwoordelijkheid voor de uitvoering van de Opiumwet bij de minister van volksgezondheid. Dit ligt voor de hand vanuit de gedachte dat de Opiumwet primair het belang van de volksgezondheid dient. De Minister van Justitie komt in beeld voor wat betreft de handhaving van de Opiumwet. Illegale drugshandel en problemen als overlast en criminaliteit door verslaafden krijgen hierbij ook de aandacht.

Door het Openbaar Ministerie (OM) is in het kader van de Opiumwet een gedoogbeleid voor de verkoop van softdrugs in coffeeshops ontwikkeld. Dit betekent dat het OM de kleinhandel in softdrugs onder voorwaarden gedoogt. Deze voorwaarden staan bekend als de zogenaamde AHOJ-G criteria (geen Affichering, geen Harddrugs, geen Overlast veroorzaken, geen verkoop aan Jeugdigen onder de 18 jaar, geen verkoop van Grote hoeveelheden). 

Op basis van deze richtlijnen kan de kleinhandelaar (coffeeshophouder) reeds vervolgd worden wanneer jeugdigen van de leeftijd onder de 18 worden toegelaten c.q. aanwezig zijn in eeen coffeeshop. Handel met deze jongere is daarvoor niet meer noodzakelijk. 

De huidige richtlijnen geven ook aan dat het beleid voor coffeeshops wordt bepaald binnen het lokaal driehoeksoverleg. Dit afgesproken beleid dient te worden vertaald naar gemeentelijk beleid. 

Hoofdstuk 2. Gemeentelijke mogelijkheden en regelgeving

Paragraaf 2.1. De bovengrens en de ondergrens

De gemeente kan ook beleid ontwikkelen ten aanzien van coffeeshops. Zij dient hierbij echter wel rekening te houden met een zogenaamde bovengrens en ondergrens. 

De bovengrens wordt gevormd door de Opiumwet. Dit betekent dat gemeenten geen regels kunnen stellen ten aanzien van de handel en het gebruik van als zodanig. Bescherming van de volksgezondheid is immers in de Opiumwet uitputtend geregeld en derhalve kan de gemeente hiervoor geen andere (strengere) regels stellen. 

Ook is er een ondergrens. Deze wordt gevormd door de niet-publieke overheidssfeer waar de gemeentelijke overheid 'buiten moet blijven'. Het is voor de gemeente niet mogelijk het gebruik van drugs als zodanig te regelen. Wie drugs wil gebruiken, gaat de gemeentelijke overheid niet aan. 

Een gemeente kan dus niet rechtstreeks regels stellen aan de verkoop, maar zij kan wel maatregelen nemen om te voorkomen dat de handel van drugs overlast voor de omgeving veroorzaakt of het leefklimaat aantast. 

Paragraaf 2.2. Gemeentelijke bevoegdheden

Op basis van artikel 174 van de gemeentewet is de burgemeester belast met het toezicht op openbare inrichtingen en met de uitvoering van verordeningen die betrekking hebben op dat toezicht. Als gevolg van artikel 4:81 Awb is vervolgens de burgemeester in beginsel ook bevoegd beleidsregels hieromtrent vast te stellen. 

Omdat de burgemeester vervolgens weer op grond van artikel 180 van de gemeentewet verantwoording verschuldigd is, worden in veel gemeenten nota's over het coffeeshopbeleid door de gemeenteraad vastgesteld. 

Coffeeshops kunnen worden gedefinieerd als een alcoholvrije horecagelegenheden waar handel in en gebruik van softdrugs plaatsvindt. Artikel 2.3.1.2., lid 1, verbiedt het exploiteren van een horeca-inrichting zonder een vergunning van een burgemeester. Dit artikel kan ook worden toegepast op coffeeshops. Een coffeeshop zal dus een vergunning moeten aanvragen wil ze zich mogen vestigen. In lid 3 is opgenomen dat een vergunning kan worden geweigerd als naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat het woon- en leefklimaat en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid ervan. Met als motief de handhaving van de openbare orde en de bescherming van het woon- en leefklimaat kunnen de gemeenten regels stellen ter bestrijding en voorkoming van overlast als gevolg van de handel in en het gebruik van drugs. 

Onlangs is de Wet Damocles ingevoerd, waarbij een wijziging in de Opiumwet werd doorgevoerd. Op grond hiervan is aan de burgemeester de bevoegdheid toegekend om bestuursdwang toe te passen indien in voor het publiek toegankelijke lokalen en daarbijbehorende ervan drugs wordt gekocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. 

Overigens wordt nog gewezen op de Wet Victoria, waarbij artikel 174a aan de gemeentewet is toegevoegd waardoor de burgemeester kan besluiten tot sluiting van een woning/lokaliteit indien door de gedragingen in desbetreffend pand de openbare orde rond dat pand worden verstoord. 

Hoofdstuk 3. Mogelijkheden en beleidskeuzes

Er kunnen verschillende vormen van beleid door een gemeente gevoerd worden ten aanzien van coffeeshops. Genoemd kunnen worden: nulbeleid, maximumstelsel, verminderingsbeleid, uitsterfbeleid, ontmoedigingsbeleid en het zogenaamde ''bussums modelbeleid''. 

Om evenwichtige beleidskeuzes te kunnen maken dient gekeken te worden naar bijvoorbeeld de typering van de gemeente, het lokale gebruik van softdrugs, het maatschappelijk draagvlak, de politiecapaciteit en het beleid van omliggende gemeente. 

Hoofdstuk 4. Enkele criteria

Paragraaf 4.1. Typering van de gemeente

In veel gemeenten wordt een norm gehanteerd van één coffeeshop per 15.000 tot 25.000 inwoners. Dit is echter geen officiële norm. Naast het aantal inwoners zijn echter ook de aard en het karakter van de gemeente van belang (bestaat de gemeente uit meerdere kernen, hoeveel inwoners per kern, heeft de gemeente een centrumfunctie, rustige of landelijke gemeente, de aanwezigheid van uitgaansgelegenheden, de bevolkingsopbouw, etc).

Onze gemeente kan beschreven worden als een rustige plattelandsgemeente, die bestaat uit meerdere kernen. Vijf kernen zijn aangemerkt als hoofdkernen. Het inwonertal van deze kernen varieert van circa 2000 tot 6300 inwoners. De gemeente vervult geen centrumfunctie, maar is juist gelegen tussen Hoogeveen en Meppel, die juist wel een centrumfunctie hebben. In de gemeente zijn geen voortgezette scholen gevestigd. 

Het aantal jongeren boven de 18 jaar is in de gemeente De Wolden relatief beperkt. Het horeca-aanbod in de gemeente is niet uitgebreid. Alleen in de kern Ruinerwold is een 'grotere' discotheek aanwezig. Op uitgaangsavonden wordt hier enige overlast van uitgaande jeugd ervaren. Voor zover bekend zijn momenteel geen coffeeshops in onze gemeente aanwezig. 

Paragraaf 4.2. Lokale vraag naar softdrugs

In een onlangs verschenen rapport van de GGD staat vermeld dat het gebruik van softdrugs onder jongeren afneemt (zie bladzijde 12, bijlage I). In het rapport is onder andere aangegeven dat 5% van alle Nederlandse jongeren vanaf 12 jaar onlangs softdrugs heeft gebruikt. Voor jeugd uit De Wolden ligt dat percentage aanzienlijk lager (circa 3,5%). Overigens wordt in genoemd GGD rapport ook aangegeven dat er een duidelijke aantoonbare relatie bestaat tussen actueel hasjgebruik en het gebruik van XTC en kleine criminaliteit. 

Op grond van het feit dat in onze gemeente relatief weinig jongeren boven de 18 jaar woonachtig zijn, de afwezigheid van reguliere voortgezet onderwijs en de door de GGD gesignaleerde afname van het sofdrugsgebruik wordt ingeschat dat de lokale vraag naar softdrugs erg beperkt is. 

Bovendien wordt verwacht dat, gelet op het 'rustige' woon- en leefklimaat in De Wolden nauwelijks draagvlak aanwezig is voor de eventuele vestiging van een coffeeshop. 

Paragraaf 4.3. Omliggende gemeenten

Naar aanleiding van vragen uit het regionaal college heeft in mei 1999 een onderzoek naar het coffeeshopbeleid onder de Drentse gemeenten plaatsgevonden. Hieruit bleek dat Assen, Coevorden, Meppel en Emmen een beleid hieromtrent hadden ontwikkeld, dat gericht is op een maximumstelsel. Dit betekent dat in genoemde gemeenten voor 1, 2 of 3 coffeeshops gedoogbeschikkingen worden afgegeven. De gemeenten Hoogeveen, Aa en Hunze, Borger/Odoorn, Middelveld, Noorderveld, Tynaarlo en Westerveld hadden inmiddels beleid ontwikkeld of gingen beleid ontwikkelen, welke gericht was op de nuloptie. 

In het regionaal college is gesteld dat tot regionale afstemming diende te worden gekomen.

Door de gemeente Hoogeveen wordt ook de nuloptie gehanteerd. De burgemeester heeft destijds aangegeven dat hij nog zou bezien in hoeverre dit beleid ook in de toekomst gehanteerd kon worden. Een eventuele wijziging van het coffeshopbeleid had echter geen prioriteit en tot op heden wordt door hoogeveen nog steeds de nuloptie gehanteerd.

In het regionaal college is, ondanks de uitgesproken bedoeling hietoe, niet gekomen tot regionale afstemming over coffeeshop c.q. softdrugsbeleid. 

Het OM heeft wel regionaal beleid in deze. Dit beleid is erop gericht om coffeeshops te concentreren in de grotere plaatsen (zoals Emmen, Assen, Meppel en Coevorden). En een nuloptiebeleid te hanteren in de plattelandsgemeenten, zoals de gemeente De Wolden. 

Hoofdstuk 5. Gemeentelijk coffeeshopbeleid

Paragraaf 5.1. Nuloptie

Op grond van bovenstaande kan gesteld worden dat het coffeeshopbeleid van de gemeente De Wolden dient gericht te zijn op het hanteren van de nuloptie omdat:

- Ingeschat wordt dat er een geringe lokale vraag aanwezig zal zijn;

- Voorkomen dient te worden dat een aanzuigende werking van softdruggebruikers van buiten de eigen gemeente optreedt;

- Het regionale beleid van het OM gericht is op de concentratie van coffeeshops in de grotere Drentse plaatsen;

- Vestiging van een coffeeshop niet past binnen het eigen karakter van de gemeente (rustige plattelandsgemeente met meerdere kleinere kernen zonder centrumfunctie);

- Ingeschat wordt dat de vestiging van een coffeeshop op belangrijke bezwaren bij veel inwoners van de gemeente zal stuiten;

- In deze gemeenten ‘jongeren’ niet de gelegenheid moeten worden gesteld om met softdrugs in aanraking te komen vanwege de aangetoonde relatie tussen het gebruik van (soft)drugs en criminaliteit.

Dit betekent dat de vestiging van een coffeeshop in onze gemeente per definitie een ontoelaatbare aantasting van het woon- en leefklimaat oplevert en de openbare orde negatief beïnvloedt.*

* = Deze redenering wordt aanvaard door de Afdeling Rechtspraak. Van een burgemeester kan niet worden verlangd dat hij in ieder concreet geval op grondslag van een toegespitst onderzoek nog eens afzonderlijk motiveert waarom in dat geval gemeend wordt dat sprake zal zijn van een ontoelaatbare aantasting van het woon- en leefklimaat en een negatieve beïnvloeding van de openbare orde.

Paragraaf 5.2. Afstemming

Zoals al aangegeven dient de afstemming tussen het bestuurlijke en strafrechtelijk beleid plaats te vinden binnen het lokale driehoeksoverleg. Tijdens het onlangs plaatsgevonden driehoeksoverleg is door de OM en de politie aangegeven dat zij voorstanders waren van het hanteren van de nuloptie in de gemeente De Wolden. Dit betekent onder meer dat het OM strafrechtelijk zal optreden bij een constatering van de verkoop van drugs, ook als de verkoop van drugs binnen de grenzen van de AHOJ-G criteria geschiedt. 

Het strafrecht zal echter zijn sluitstukfunctie pas kunnen vervullen nadat alle bestuurlijke middelen zijn uitgeput of onbruikbaar zijn gebleken. De burgemeester beschikt over een aantal handhavingmiddelen zoals bestuursdwang/sluiting (op grond van de Wet Damocles). 

Paragraaf 5.3. Hanhavingsafspraken

Met het O.M. en de politie kunnen de volgende handahvingsafspraken worden gemaakt. 

Situatie 1: verkoop softdrugs vanuit een inrichting met een vergunning op grond van de Drank- en horecawet:

1e actie: Politie maakt P.V. op i.v.m. strijd drank- en horecawet

2e actie; Schriftelijke waarschuwing door gemeente;

1e sanctie: Intrekken drank- en horecavergunning;

2e sanctie: Sluiten van de inrichting voor 3 maanden;

Laatste sanctie: Sluiten van de inrichting voor onbepaalde tijd.

Situatie 2: Verkoop softdrugs vanuit een ruimte niet zijnde een woning of een inrichting met een vergunning met een drank- en horecavergunning

1e actie: Politie maakt p.v. op i.v.m. strijd A.P.V. en artikel 3 opiumwet;

2e actie: (a) het O.M. vervolgd; (b) De burgemeester geeft sluitignsbevel op grond van artikel 13b Opiumwet; (bestuursdwangbevoegdheid)

Het Openbaar Ministerie kan dan overgaan tot vervolging van elke vorm van handel van softdrugs.

Hoofdstuk 6. Bekendmaking beleid

Ingevolge hoofdstuk 3 van de Awb moeten beleidsregels schriftelijk worden vastgesteld en treden pas in werking nadat ze bekend zijn gemaakt door middel van een kennisgeving van het beleid in een huis-aan-huisblad. 

Hoofdstuk 7. Samenvattend

Op grond van bovenstaande wordt in de gemeente De Wolden besloten dat in de gemeente:

- Geen coffeeshops worden toegelaten ter voorkoming van aantasting van het woon- en leefklimaat en openbare orde (nuloptie hanteren);

- Het in paragraaf 5.3 aangegeven handhavingarrangement wordt gevolgd;

- Het vastgestelde beleid conform de Awb bekend wordt gemaakt.