Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van gemeente De Wolden

Home > Raad en College > Verordeningen, overige regelingen en beleidsregels > Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van gemeente De Wolden

Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van gemeente De Wolden

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente De Wolden
Officiële naam regelingReglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van gemeente De Wolden
CiteertitelReglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van De Wolden
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerpBestuur en recht - besluiten en regelingen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Artikel 16 Gemeentewet

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftDatum ondertekening, Bron bekendmakingKenmerk voorstel
03-10-2018 n.v.t. Nieuwe regeling 27-09-2018 Regeling met interne werking, derhalve geen bekendmaking. Onbekend

Tekst van de regeling

De raad van de gemeente De Wolden;

Gelezen het voorstel van burgemeester en griffier van 21 september 2018;

Gelet op artikel 16 van de Gemeentewet;

Besluit de volgende verordening vast te stellen:

Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van gemeente De Wolden

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

  1. a.

    amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing;

  1. b.

    subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement;

  1. c.

    motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;

  1. d.

    initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel;

  1. e.

    wet: Gemeentewet;

  1. f.

    griffie: de ambtelijke ondersteuning van de gemeenteraad.

Artikel 2. De Voorzitter

  1. 1.

    De voorzitter is belast met:

    a. het leiden van de vergadering;

    b. het handhaven van de orde;

    c. het doen naleven van het reglement van orde;

    d. hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt.

  2. 2.

    Bij verhindering van de voorzitter wordt het voorzitterschap waargenomen door de vice-voorzitter of de plaatsvervangend vice-voorzitter van de raad. Zij worden door de raad op voorstel van een door de raad in te stellen selectiecommissie benoemd.

Artikel 3. De griffier

  1. 1.

    De griffier is aanwezig in elke vergadering van de raad en het presidium.

  2. 2.

    Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad aangewezen plaatsvervanger.

  3. 3.

    De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in

    raadsvergaderingen deelnemen.

Artikel 4. Het presidium

  1. 1.

    De raad heeft een presidium.

  2. 2.

    Het presidium bestaat uit de voorzitter van de raad en de voorzitters van de in de raad vertegenwoordigde fracties.

  3. 3.

    Het presidium heeft de volgende taken:

    - bevorderen functioneren gemeenteraad;

    - bewaken van de relatie raad-college;

    - behandelen van vertrouwelijke zaken;

    - aansturen van de agendacommissie als bedoeld in artikel 5;

    - bevorderen van de band die de raad heeft met de inwoners;

    - bewaken van de werkdruk van raadsleden;

    - presidium en griffier fungeren over en weer als klankbord.

  4. 4.

    De voorzitter kan voorstellen de secretaris uit te nodigen voor het presidium.

  5. 5.

    Indien een fractievoorzitter afwezig is wordt hij/zij vervangen door diens

    plaatsvervanger.

  6. 6.

    Elk lid heeft één stem in het presidium.

  7. 7.

    Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen.

Artikel 5. De agendacommissie

  1. 1.

    De raad heeft een agendacommissie.

  2. 2.

    De agendacommissie bestaat uit drie leden: de voorzitter van de raad, de vicevoorzitter van de raad en een raadslid namens de niet-collegepartijen, tenzij de vicevoorzitter uit een niet-collegepartij afkomstig is. In dit geval is het raadslid afkomstig uit de college-partijen.

    De griffier of diens vervanger is secretaris van de agendacommissie.

    De voorzitter kan voorstellen de secretaris uit te nodigen voor de agendacommissie.

  3. 3.

    Indien de vice-voorzitter van de raad afwezig is, wordt hij/zij vervangen door de

    plaatsvervangende vice-voorzitter van de raad.

  4. 4.

    Elk lid heeft één stem.

  5. 5.

    Bij het staken van de stemmen wordt het onderwerp aan het presidium voorgelegd.

  6. 6.

    De agendacommissie heeft de volgende taken:

    - het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda's voor

    raadsvergaderingen;

    - bepalen procedurevoorstel met betrekking tot ingekomen stukken;

    - bepalen afhandelingvoorstel raadsstukken;

    - het vaststellen van de lange termijn agenda van de raad;

    - het bepalen van de thema's voor de dialoogbijeenkomsten;

    - het vaststellen van het vergaderrooster van de raad.

Artikel 6. De werkgeverscommissie

De raad heeft een werkgeverscommissie. De taak en samenstelling van de

werkgeverscommissie staan in het 'Reglement werkgeverscommissie' van de raad.

Artikel 7. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden

  1. 1.

    Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden.

  2. 2.

    De commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde leden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies.

  3. 3.

    Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen.

  4. 4.

    Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

  5. 5.

    In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

Artikel 8. Benoeming wethouders

  1. 1.

    Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden.

  2. 2.

    Deze onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouders voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet en kan van de kandidaat-wethouder een verklaring omtrent het gedrag vragen als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.

  3. 3.

    De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder.

  4. 4.

    De burgemeester kan voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht geven om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad. De risicoanalyse en de eindconclusie zijn niet openbaar.

Artikel 9. Fracties

  1. 1.

    Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd.

  2. 2.

    Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren.

  3. 3.

    De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.

  4. 4.

    Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter.

  5. 5.

    Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.

  6. 6.

    Steunfractieleden:

    1. a.

      Een raadsfractie kan maximaal één steunfractielid voordragen voor benoeming door de raad. Deze legt bij de benoeming door de raad de eed of verklaring en belofte af in de raadsvergadering.

    1. b.

      Voor de toetsing aan de benoembaarheidsvereisten is artikel 7, lid 1, 2 en 5 van dit reglement voor steunfractieleden van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 2. Raadsvergaderingen

Paragraaf 1.. Voorbereiding

Artikel 10. Frquentie en Oproep
  1. 1.

    De vergaderingen van de raad vinden in de regel plaats op de laatste donderdag van de maand, beginnen om 19.30 uur, eindigen uiterlijk 23.00 uur en worden gehouden in het gemeentehuis.

  2. 2.

    De voorzitter zendt ten minste 13 dagen voor een raadsvergadering de raadsleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken.

  3. 3.

    Eventueel gewijzigde raadsstukken moeten uiterlijk 48 uur voor een

    raadsvergadering voor de raadsleden beschikbaar zijn.

Artikel 11. Agenda
  1. 1.

    Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt de agendacommissie de voorlopige agenda van de vergadering vast. Afhankelijk van de onderwerpen volgt de agendacommissie de structuur zoals verwoord in lid 2.

  2. 2.

    De agenda kent de volgende structuur:

    - vragenhalfuur voor de inwoners;

    - vragenhalfuur voor de raad;

    - actieve informatie vanuit het college (korte en bondige mededeling);

    - besluitvormende onderwerpen;

    - opiniërende onderwerpen;

    - Ingekomen stukken.

  3. 3.

    Voor de besluitvorming zijn er diverse behandelvormen mogelijk:

    - Besluitvormend, met stemtoelichting

    - Besluitvormend, hamerstukken

    - Besluitvormend, bespreekstukken

  4. 4.

    Bij aanvang van de raadsvergadering stelt de raad de agenda vast.

    1. a.

      a. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter, kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen van de agenda afvoeren. Voor een beslissing hiertoe is de goedkeuring van minimaal twee fracties nodig. Een agendapunt kan slechts eenmaal door minimaal 2 fracties van de agenda worden afgevoerd. Bij de tweede keer zal het opnieuw afvoeren slechts mogelijk zijn als de meerderheid van de raad hiertoe besluit.

    1. b.

      b. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter, kan de raad bij de vaststelling van de agenda voor een onderwerp een andere wijze van behandeling kiezen. Voor een beslissing hiertoe is de goedkeuring van minimaal twee fracties nodig. Een agendapunt kan slechts eenmaal door minimaal 2 fracties een andere wijze van behandeling krijgen. Bij de tweede keer zal het opnieuw op andere wijze behandelen slechts mogelijk zijn als de meerderheid van de raad hiertoe besluit.

    1. c.

      c. Indien een lid van de raad voorstelt om van een onderwerp de behandelvorm "besluitvormend/bespreekstuk" een "besluitvormend/hamerstuk" te maken, vereist de wijziging, in afwijking van het vorige lid, unanieme goedkeuring.

    1. d.

      d. Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. Voor een beslissing hiertoe is de goedkeuring van minimaal twee fracties nodig. De volgorde van behandeling van de agendapunten kan slechts eenmaal door minimaal 2 fracties worden gewijzigd. Bij de tweede keer zal het opnieuw wijzigen van de volgorde slechts mogelijk zijn als de meerderheid van de raad hiertoe besluit.

Artikel 11a. Technische vragen raadsvoorstellen
  1. 1.

    Ter voorbereiding kunnen raadsleden schriftelijk technische vragen stellen over deraadsvoorstellen en de daarbij horende bijlagen

  2. 2.

    Deze vragen worden digitaal ingediend bij de griffie, uiterlijk de maandag om 9.00 uur voor de raadsvergadering

  3. 3.

    Voor de beantwoording stuurt de griffie de technische vragen door naar de door de secretaris aangewezen ambtelijk medewerker. Deze stuurt de beantwoording naar de griffie zo spoedig mogelijk doch uiterlijk 48 uur voor de raadsvergadering

  4. 4.

    De griffie zorgt zo spoedig mogelijk voor verzending van de beantwoording aan het raadslid dat technische vragen heeft gesteld, doch uiterlijk de woensdagochtend 10.00 uur voor de raadsvergadering

  5. 5.

    De beantwoording van de technische vragen wordt niet gedeeld met de andere raadsleden, tenzij de indiener aangeeft dat dit mogelijk is.

Artikel 12. Aanvullende agenda

In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering, wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden.

Artikel 13. Ter inzage leggen van stukken
  1. 1.

    Stukken ter toelichting van de agendapunten of raadsvoorstellen op een agenda worden uiterlijk een week voor de raadsvergadering ter inzage gelegd op het gemeentehuis en via de digitale werkomgeving. Als stukken pas na deze termijn ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de raad via de digitale werkomgeving en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving.

  2. 2.

    Digitaal beschikbare stukken worden op de website van de gemeente geplaatst.

  3. 3.

    Stukken waaromtrent op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de wet geheimhouding is opgelegd, blijven in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage.

Artikel 14. Openbare kennisgeving
  1. 1.

    De raadsvergaderingen worden door aankondiging in De Wolder Courant en door plaatsing op de website van de gemeente ter openbare kennis gebracht.

  2. 2.

    De openbare kennisgeving vermeldt:

    1. a.

      de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering;

    1. b.

      de wijze waarop en de plaats waar een ieder de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien;

    1. c.

      de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel 20.

  3. 3.

    In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs digitale weg plaatsvinden.

Paragraaf 2. Orde van de vergadering

Artikel 15. Presentielijst
  1. 1.

    De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van

    raadsvergaderingen.

  2. 2.

    Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst, die aan het einde van elke raadsvergadering door de griffier door ondertekening wordt vastgesteld.

Artikel 16. Aantal spreektermijnen
  1. 1.

    Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.

  2. 2.

    Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten.

  3. 3.

    Raadsleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over

    hetzelfde onderwerp of voorstel.

  4. 4.

    Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend ten aanzien van de beraadslaging daarover.

  5. 5.

    Bij de bepaling hoeveel keer een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.

  6. 6.

    De wijze van beraadslaging over opiniërende onderwerpen wordt per

    onderwerp vastgesteld.

Artikel 17. Voorstellen van orde

Raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier direct over.

Artikel 18. Deelname aan de beraadslaging door anderen

Onverminderd artikel 21, eerste en tweede lid, van de wet, kan de raad besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.

Artikel 19. Raadsvoorstel
  1. 1.

    Een voorstel aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, wordt niet ingetrokken zonder toestemming van de raad.

  2. 2.

    Als de raad van oordeel is dat het nodig is een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug te zenden aan het college, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

Paragraaf 3. Inspraak inwoners

Artikel 20. Spreekrecht inwoners
  1. 1.

    Voorafgaand aan een agendapunt, met inachtname van artikel 20a, kunnen aanwezige inwoners het woord voeren over dit agendapunt. Mochten er meerdere woordvoerders zijn bij één dan wel bij meerdere agendapunten, dan kan de inspreektijd gezamenlijk maximaal 30 minuten bedragen.

  2. 2.

    Het woord kan niet gevoerd worden:

    1. a.

      over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar bij het betreffende bestuursorgaan of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan;

    1. b.

      indien een klacht ex artikel 9: 1 van de Algemene Wet Bestuursrecht kan of kon worden ingediend;

    1. c.

      over benoemingen, keuzes, voordrachten of aanbevelingen van personen.

  3. 3.

    Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit voor het begin van de vergadering aan de griffier. Hij/zij vermeldt daarbij het onderwerp waarover hij/zij het woord wil voeren.

  4. 4.

    De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering.

  5. 5.

    Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.

  6. 6.

    De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem/haar dit heeft verleend. De voorzitter of een lid van de raad doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.

Artikel 20a. Spreekrecht inwoners bij bestemmingsplannen en verordeningen
  1. 1.

    Inwoners worden in de gelegenheid gesteld om het woord te voeren over een bestemmingsplan resp. een verordening bij het vragenhalfuur van de raad.

  2. 2.

    Dit vragenhalfuur wordt gehouden vier weken voor de raadsvergadering waarin het bestemmingsplan resp. de verordening wordt vastgesteld.

  3. 3.

    De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering.

  4. 4.

    Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.

  5. 5.

    De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem/haar dit heeft verleend.

Artikel 21. Vragenhalfuur inwoners
  1. 1.

    Voor het begin van de vergadering kunnen inwoners zakelijk en beknopt het woord voeren over niet reeds op de agenda vermelde onderwerpen en ideeën over gemeentelijk beleid. De inbreng moet een relatie met onze gemeente hebben.

  2. 2.

    Het woord kan niet gevoerd worden:

    1. a.

      over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar bij het betreffende bestuursorgaan of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan;

    1. b.

      indien een klacht ex artikel 9: 1 van de Algemene Wet Bestuursrecht kan of kon worden ingediend;

    1. c.

      over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen.

  3. 3.

    De in het eerste lid bedoelde personen die van het vragenhalfuur gebruik willen maken, melden dit voor de vergadering bij de griffier.

  4. 4.

    De totaal beschikbare spreektijd bedraagt maximaal 30 minuten. Zij die zich als spreker hebben aangemeld krijgen van de voorzitter en in een door hem bepaalde volgorde, gedurende maximaal 5 minuten het woord. Indien zich meer dan zes sprekers hebben aangemeld, wordt de totaal beschikbare spreektijd evenredig over hen verdeeld.

  5. 5.

    Vervolgens kan de voorzitter aan de leden het woord verlenen om aan de

    vragensteller, vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.

  6. 6.

    De wijze van afdoening wordt door de voorzitter bepaald.

Paragraaf 4. Stemmingen

Artikel 22. Stemverklaring

Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag toelichten.

Artikel 23. Beslissing
  1. 1.

    De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist.

  2. 2.

    Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing.

Artikel 24. Stemming
  1. 1.

    De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval, dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen.

  2. 2.

    Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen kunnen de in de

    raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden.

  3. 3.

    De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee. De voorzitter doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.

Artikel 24a. Hoofdelijke stemming
  1. 1.

    Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad.

  2. 2.

    Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid en verloopt verder op alfabetische volgorde.

  3. 3.

    Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, hun stem uit door zich 'voor' of 'tegen' te verklaren, zonder enige toevoeging.

  4. 4.

    Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming.

  5. 5.

    De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee en doet daarbij mededeling van het genomen besluit.

Artikel 25. Volgorde stemming over amendementen en moties
  1. 1.

    Als op een aanhangig voorstel amendementen zijn ingediend, wordt eerst over die amendementen gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel.

  2. 2.

    Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft.

  3. 3.

    Als meerdere amendementen of subamendementen op eenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd.

  4. 4.

    Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken.

Artikel 26. Stemming over personen
  1. 1.

    Bij stemming over personen voor benoemingen of het opstellen van voordrachten of Aanbevelingen vormen de burgemeester en de griffier het stembureau.

  2. 2.

    Aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren.

  3. 3.

    Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje.

  4. 4.

    In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau.

Paragraaf 5. Verslaglegging; ingekomen stukken

Artikel 27. Besluitenlijst en samenvatting in De Wolder Courant
  1. 1.

    De griffier draagt zorg voor een besluitenlijst en toezeggingenlijst van de

    raadsvergadering alsmede een audio/videoverslag. Dit audio/videoverslag wordt toegankelijk gemaakt via de gemeentelijke website.

  2. 2.

    Uit een besluitenlijst blijkt in ieder geval:

    1. a.

      De namen van de voorzitter, de griffier, secretaris, wethouders en raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de leden die afwezig waren en overige personen die het woord gevoerd hebben;

    1. b.

      een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest en de genomen besluiten;

    2. c.

      een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de namen van de sprekers;

    3. d.

      een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de wet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist;

    4. e.

      als bijlage de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, moties, amendementen en subamendementen, en

    5. f.

      bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 18 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen;

    6. g.

      toezeggingen die tijdens de raadsvergadering door het college aan de raad zijn gedaan.

  3. 3.

    Na afloop van een raadsvergadering verschijnt in De Wolder Courant een korte samenvatting van de genomen besluiten. Dit artikel wordt de dag na vergadering ook op de website van de gemeenteraad geplaatst. Ook worden de besluiten op de website van de gemeenteraad zo spoedig mogelijk na afloop van de raadsvergadering openbaar gemaakt.

  4. 4.

    Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst toegevoegd aan de stukken voor de eerstvolgende raadsvergadering en openbaar gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze.

  5. 5.

    Vastgestelde besluitenlijsten worden ondertekend door de voorzitter en griffier.

Artikel 28. Ingekomen stukken

Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst die aan de raadsleden wordt toegezonden en ter inzage wordt gelegd.

Paragraaf 6. Besloten raadsvergaderingen

Artikel 29. Toepassing reglement op besloten vergaderingen

Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing, voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.

Artikel 30. Verslag besloten vergadering
  1. 1.

    Conceptverslagen en/of -besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de raadsleden ter inzage gelegd bij de griffier.

  2. 2.

    Deze verslagen en besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van het vastgestelde verslag en de besluitenlijst.

  3. 3.

    De vastgestelde verslagen en besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.

Artikel 31. Opheffing geheimdhouding

Als de raad op grond van de artikelen 25, derde en vierde lid, 55, tweede en derde lid, of 86, tweede en derde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding op te heffen dan wel niet te bekrachtigen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.

Paragraaf 7. Toehoorders en pers

Artikel 32. Toehoorders en pers
  1. 1.

    Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare

    raadsvergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen.

  2. 2.

    Het blijk geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden.

Hoofdstuk 3. Dialoogbijeenkomsten en Raadsdebatten

Artikel 33. Dialoogbijeenkomsten

  1. 1.

    Een dialoogbijeenkomst is een open bijeenkomst van de raad met gasten en geïnteresseerden over maatschappelijke relevante vraagstukken of dilemma's van en voor de raad, die voortkomen uit vragen van inwoners of de raad zelf.

  2. 2.

    Een raadslid treedt op als gespreksleid(st)er, tenzij de agendacommissie anders beslist.

  3. 3.

    De agendacommissie kiest de thema's voor de dialoogbijeenkomsten en neemt deze op in de lange termijn agenda van de raad.

  4. 4.

    De griffie bereidt de dialoogbijeenkomsten voor. Samenspel met de SWO wordt hiertoe gezocht.

  5. 5.

    Van de dialoogbijeenkomst wordt een verslag gemaakt.

Artikel 34. Raadsdebatten

  1. 1.

    Een raadsdebat is een discussie tussen de fracties over een maatschappelijk onderwerp met als doel om verschillen van inzicht op tafel te krijgen. Een oplegger met relevante informatie en discussievragen of stellingen vormt het vertrekpunt voor de discussie.

  2. 2.

    Een raadsdebat vormt geen onderdeel van een raadsvergadering.

  3. 3.

    Raadsleden en beëdigde steunfractieleden kunnen deelnemen aan een raadsdebat.

  4. 4.

    Van het raadsdebat wordt een verslag gemaakt.

  5. 5.

    Het college is verantwoordelijk voor de verwerking van het raadsdebat tot een voorstel aan de raad. Hierover wordt tijdens een raadsvergadering een besluit genomen.

  6. 6.

    Inwoners kunnen inspreken voorafgaande aan het raadsdebat.

Hoofdstuk 4. Bevoegdheden, instrumenten raadsleden

Artikel 35. Amendementen en subamendementen

  1. 1.

    Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben schriftelijk/digitaal in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde - oordeelt dat mondelinge indiening volstaat.

  2. 2.

    Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben.

  3. 3.

    Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.

Artikel 36. Moties

  1. 1.

    Raadsleden dienen moties schriftelijk/digitaal in bij de voorzitter, De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft.

  2. 2.

    De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld.

  3. 3.

    Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.

Artikel 37. Schriftelijke vragen

  1. 1.

    Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier.

  2. 2.

    De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige

    raadsleden en het college of de burgemeester.

  3. 3.

    Schriftelijke beantwoording gebeurt zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen.

  4. 4.

    Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffier aan de raadsleden toegezonden.

  5. 5.

    De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende

    raadsvergadering nadere inlichtingen vragen over het door het college of de burgemeester gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.

Artikel 37a. Vragenhalfuur

  1. 1.

    Op de laatste donderdag van de maand om 19.30 uur is er een vragenhalfuur, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het vragenhalfuur op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenhalfuur eindigt.

  2. 2.

    Raadsleden die tijdens het vragenhalfuur vragen willen stellen, melden dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste 30 uur voor aanvang van het vragenhalfuur bij de griffier. De voorzitter kan na overleg met het presidium, weigeren een onderwerp tijdens het vragenhalfuur aan de orde te stellen, indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde komt.

  3. 3.

    De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenhalfuur aan de orde worden gesteld, alsmede de spreektijd voor de vragensteller, de overige raadsleden, het college en de burgemeester.

  4. 4.

    Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. Na de beantwoording daarvan krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.

  5. 5.

    De voorzitter kan aan andere raadsleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.

  6. 6.

    Tijdens het vragenhalfuur worden geen moties ingediend en geen interrupties toegelaten.

  7. 7.

    Alle onderwerpen, van de aangemelde vragen voor het vragenhalfuur, worden op de dag voor de raadsvergadering voor 18.00 uur ter kennis gebracht van de raadsleden.

Artikel 38. Initiatiefvoorstel

  1. 1.

    Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk/digitaal in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college.

  2. 2.

    Het college kan binnen 8 weken nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen.

  3. 3.

    Nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst. Als de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst.

Artikel 39. Interpellatie

  1. 1.

    Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk/digitaal in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen.

  2. 2.

    De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders.

  3. 3.

    Over verzoeken die ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering.

  4. 4.

    De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.

Artikel 40. Inlichtingen

  1. 1.

    Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de wet schriftelijk/digitaal in bij de griffier.

  2. 2.

    De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester.

  3. 3.

    De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de raad verschaft, in ieder geval binnen veertien dagen nadat het verzoek is ingediend.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 41. Uitleg reglement

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter.

Artikel 42. Inwerkingtreding en citeertitel

  1. 1.

    Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van De Wolden.

  2. 2.

    Dit reglement treedt in werking op 3 oktober 2018.

  3. 3.

    Op dat tijdstip vervalt het reglement van orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente De Wolden, vastgesteld bij raadsbesluit 29 januari 2015.

Sluiting

Zuidwolde, 27 september 2018

De raad voornoemd,

Griffier, Voorzitter,

drs. I.J. Gehrke R.T. de Groot