Sociaal Statuut 2013 gemeente De Wolden

Home > Raad en College > Verordeningen, overige regelingen en beleidsregels > Sociaal Statuut 2013 gemeente De Wolden

Sociaal Statuut 2013 gemeente De Wolden

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente De Wolden
Officiële naam regelingSociaal Statuut 2013 gemeente De Wolden
CiteertitelSociaal Statuut 2013 gemeente De Wolden
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerppersoneel en organisatie

Opmerkingen m.b.t. de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Wet op de Ondernemingsraden (WOR), met name artikel 25
  2. De Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) en de Uitwerkingsovereenkomst (UWO), met name de artikelen 8:3, 8:3:1, 12:1:5, 12:2 en 15:1:10

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftDatum ondertekening, Bron bekendmakingKenmerk voorstel
01-04-2013 n.v.t. Nieuwe regeling 11-06-2013 De Wolder Courant 11-06-2013

Tekst van de regeling

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Wolden; gelet op:

- de Wet op de Ondernemingsraden (WOR), met name artikel 25;

- de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) en de Uitwerkingsovereenkomst (UWO), met name de artikelen 8:3, 8:3:1, 12:1:5, 12:2 en 15:1:10; gezien de bereikte overeenstemming in de commissie voor georganiseerd overleg d.d. datum;

Besluit:

Vast te stellen: Sociaal Statuut 2013 gemeente De Wolden

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1:1. Definities

In dit sociaal statuut wordt verstaan onder:

- ambtenaar: de ambtenaar in de zin van de CAR, evenals de medewerker met wie de werkgever een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht heeft afgesloten;

- werkgever: de gemeente De Wolden;

- organisatiewijziging: een belangrijke inkrimping of wijziging van de werkzaamheden van de gemeente (of een onderdeel daarvan) of een belangrijke wijziging van de laatst vastgestelde organisatiestructuur van de gemeente (of een onderdeel daarvan), die niet van tijdelijke aard is en die personele gevolgen met zich meebrengt;

- privatisering: organisatiewijziging die het gevolg is van de verzelfstandiging van een deel van de organisatie tot een nieuwe (privaatrechtelijke) rechtspersoon of de overdracht van een deel van de organisatie aan een derde (privaatrechtelijke) partij;

- publiekrechtelijke taakoverheveling: organisatiewijziging die het gevolg is van de overheveling van een deel van de organisatie naar een ander publiekrechtelijk orgaan;

-personele gevolgen: gevolgen voor de functie of de rechtspositie van de betrokken ambtenaren;

-salaris: het voor de ambtenaar geldende bedrag van de aan de ambtenaar toegekende schaal als bedoeld in artikel 3:1 van de CAR;

-salarisperspectief: de opeenvolgende salarisperiodieken tot en met het hoogste bedrag van de functieschaal van de ambtenaar en eventueel schriftelijk vastgelegde extra individuele salarisafspraken;

- bezoldiging: het salaris, vermeerderd met het bedrag van de aan de ambtenaar toegekende emolumenten en toelagen met inbegrip van de functioneringstoelage en de waarnemingstoelage - niet zijnde onkostenvergoedingen;

- toelage: de toelage waarmee het salaris wordt vermeerderd ingevolge de Bezoldigingsregeling van de gemeente De Wolden;

- functie: het geheel van werkzaamheden door de ambtenaar te verrichten, overeenkomstig wat hem door het bevoegd gezag is opgedragen en zoals in karakter, aard en niveau van de werkzaamheden is vastgelegd in de organieke functieprofiel-beschrijving;

- ongewijzigde functie: een functie, die gelijk of nagenoeg gelijk is aan de functie die de ambtenaar voor de organisatiewijziging vervulde;

- passende functie: een functie van gelijkwaardig werk- en denkniveau, die de ambtenaar redelijkerwijs in verband met zijn persoonlijkheid, omstandigheden, capaciteiten en de voor hem bestaande vooruitzichten kan worden opgedragen. Een passende functie is doorgaans van hetzelfde functieniveau als de functie die medewerker voor de organisatiewijziging vervulde, maar kan ook van een hoger niveau of maximaal één niveau lager zijn dan deze functie;

- geschikte functie: een functie die niet valt onder het begrip passende functie, maar die de ambtenaar redelijkerwijs kan worden opgedragen;

- boventalligheid: de situatie dat een ambtenaar wegens reorganisatie niet kan terugkeren in de formatie na de reorganisatie;

- toetsingscommissie: externe commissie die de voorgenomen plaatsingsbesluiten toetst;

- plaatsingscommissie: externe commissie die het college adviseert over de te nemen plaatsingsbesluiten paritaire commissie

- VWNW : commissie die toeziet op de juiste naleving van de VWNW-afspraken voor elke medewerker met wie een VWNW-contract is afgesloten;

- GO: de commissie voor georganiseerd overleg zoals bedoeld in artikel 12:1 van de CAR;

- OR: de ondernemingsraad zoals bedoeld in artikel 2 van de Wet op de ondernemingsraden;

- sociaal plan: nadere afspraken, gebaseerd op en aanvullend op dit sociaal statuut, met betrekking tot de personele gevolgen van een organisatiewijziging;

- VWNW-contract: dit contract bevat de afspraken die gemeente en medewerker maken om ander werk te vinden.

Artikel 1:2. Werkingssfeer

Dit sociaal statuut is van toepassing op alle organisatiewijzigingen in de gemeentelijke organisatie, niet zijnde een organisatiewijziging als gevolg van een gemeentelijke herindeling.

Artikel 1:3. Bevoegdheid tot het nemen van het besluit tot organisatiewijziging

Het college is bevoegd tot het nemen van besluiten over de wijziging van de ambtelijke organisatie voor wat betreft de hoofdstructuur en de inrichting van de onderdelen hiervan.

Artikel 1:4. Bevoegdheid tot het nemen van besluiten betreffende individuele ambtenaren

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het nemen van besluiten over wijziging van de aanstelling, overplaatsing en ontslag van ambtenaren, tenzij bij of krachtens wet of raadsbesluit anders is bepaald.

Hoofdstuk 2. Procedurele bepalingen

Artikel 2:1. Onderzoek naar organisatiewijziging

Als de werkgever voornemens is de mogelijkheid van een organisatiewijziging te onderzoeken, worden de OR en het GO hierover op zorgvuldige wijze en in een vroeg stadium van op de hoogte gesteld en in het proces betrokken.

Artikel 2:2. Extern advies

Indien de werkgever voornemens is om over de wenselijkheid van de organisatiewijziging extern advies te vragen, wordt de OR om advies gevraagd over het verstrekken en formuleren van de adviesopdracht, conform artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden.

Artikel 2:3. Overleg over de personele gevolgen en maatregelen

Voordat een definitief besluit wordt genomen ten aanzien van de organisatiewijziging wordt, conform artikel 12:1:5 CAR-UWO, overleg gevoerd in het GO over de personele gevolgen van het besluit en de naar aanleiding daarvan te nemen maatregelen.

Artikel 2:4. Sociaal plan

Als het GO van mening is dat de organisatiewijziging zodanig ingrijpende personele gevolgen met zich meebrengt dat hierover aanvullende afspraken moeten worden gemaakt, wordt door de werkgever een sociaal plan opgesteld. Over dit sociaal plan moet in het GO overeenstemming worden bereikt.

Artikel 2:5. Advies ondernemingsraad over organisatiewijziging

Voordat een definitief besluit wordt genomen ten aanzien van de organisatiewijziging, wordt de ondernemingsraad schriftelijk om advies gevraagd, conform artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden.

Artikel 2:6. Taakverdeling tussen OR en GO

Ten aanzien van de medezeggenschap van ambtenaren en vakcentrales geldt het algemeen uitgangspunt dat onderwerpen die gedurende het proces van organisatiewijziging aanbod komen, primair door één orgaan worden behandeld conform het convenant over de domeinverdeling tussen OR en commissie voor GO.

Artikel 2:7. Kennisgeving en uitvoering besluit

1. Als er een definitief besluit is genomen tot wijziging van de organisatie, wordt dit besluit zo spoedig mogelijk meegedeeld aan het GO, de OR en de betrokken ambtenaren. Daarbij wordt tevens ingegaan op de personele gevolgen van het besluit.

2. Als in het besluit wordt afgeweken van het advies van de OR, zal deze afwijking duidelijk worden gemotiveerd. De uitvoering van het besluit tot organisatiewijziging wordt in dit geval uitgesteld tot op zijn vroegst een maand nadat de OR van het besluit in kennis is gesteld, conform artikel 25, zesde lid, van de Wet op de ondernemingsraden.

Artikel 2:8. Onderdeelcommissie

Wanneer de organisatiewijziging uitsluitend betrekking heeft op een organisatieonderdeel waarvoor een onderdeelcommissie is ingesteld, dient in de artikelen 2:1 tot en met 2:6 niet “OR” maar “onderdeelcommissie” te worden gelezen.

Hoofdstuk 3. Algemene uitgangspunten voor sociaal beleid bij interne organisatiewijziging

Artikel 3:1. Werkingssfeer hoofdstuk

Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op interne organisatiewijzigingen, niet zijnde privatiseringen en publiekrechtelijke taakoverhevelingen.

Artikel 3:2. Werkgelegenheid bij organisatiewijziging

Er zullen bij een organisatiewijziging geen gedwongen ontslagen plaatsvinden tenzij er sprake is van situaties als verwoord in de artikelen 3:6 lid 6 en 3:7 lid 2 van dit Sociaal statuut. De werkgever zal zich tot het uiterste inspannen om te voorkomen dat de bij de organisatiewijziging betrokken ambtenaren onvrijwillig werkloos raken.

Artikel 3:3. Voorkeursvolgorde bij herplaatsing

1. De werkgever hanteert, bij het nemen van besluiten ten aanzien van de ambtenaren die betrokken zijn bij de organisatiewijziging, de volgende voorkeursvolgorde:

a. de ambtenaar blijft zijn eigen, ongewijzigde functie vervullen;

b. de ambtenaar wordt overgeplaatst naar een passende functie binnen de gemeentelijke organisatie;

c. de ambtenaar wordt overgeplaatst naar een geschikte functie binnen de gemeentelijke organisatie;

2. Herplaatsingbesluiten als bedoeld in het eerste lid onder b en c worden genomen met inachtneming van de herplaatsingprocedure, zoals beschreven in hoofdstuk 4.

Artikel 3:4. Uitgangspunten herplaatsing

1. Bij het nemen van besluiten als bedoeld in artikel 3:3, eerste lid, wordt stilgestaan bij de mogelijkheden en kwaliteiten van de medewerker waaronder:

a. de geschiktheid van de ambtenaar voor een functie, zoals die blijkt uit opleidingsen ervaringsgegevens, beoordelings- en ontwikkelgesprekken en eventuele geschiktheidtesten.

b. de voorkeur van de ambtenaar voor bepaalde functies;

c. het type dienstverband van de ambtenaar;

d. de diensttijd van de ambtenaar bij de gemeente De Wolden of een rechtsvoorganger;

e. de leeftijd van de ambtenaar.

2. De ambtenaar is verplicht om mee te werken aan gesprekken en testen die nodig zijn voor het verzamelen van gegevens als genoemd in het eerste lid onder a. De kosten van eventuele testen zijn voor rekening van de werkgever.

3. Indien van meerdere ambtenaren het type dienstverband gelijk is, die ambtenaren hun voorkeur voor een bepaalde functie hebben uitgesproken en indien die ambtenaren voor een bepaalde functie gelijk geschikt zijn, wordt bij de herplaatsingvolgorde zowel het aantal (overheids-)dienstjaren in aanmerking genomen als, voor zover van toepassing, de leeftijd van de ambtenaar.

Artikel 3:5. Belangstellingsregistratie

Voordat herplaatsingbesluiten als bedoeld in artikel 3:3, eerste lid onder a, b en c worden genomen, wordt de betrokken ambtenaar in de gelegenheid gesteld zijn voorkeur voor maximaal drie functies kenbaar te maken.

Artikel 3:6. Geen passende of geschikte functie

1. Indien de werkgever er niet in slaagt om de ambtenaar een passende dan wel geschikte functie aan te bieden binnen de gemeentelijke organisatie, wordt de betrokken ambtenaar door het college boventallig verklaard.

2. De ambtenaar wordt schriftelijk en met redenen omkleedt, in kennis gesteld van het feit dat hij/zij boventallig is geworden.

3. Binnen één maand nadat de ambtenaar is medegedeeld dat hij/zij boventallig is verklaard, wordt een Van werk naar werk (VWNW)-onderzoek afgerond door werkgever en ambtenaar.

4. In het VWNW-contract leggen werkgever en ambtenaar vast welke inspanningen zij zullen verrichten om tot een structurele oplossing te komen.

Onderdeel van deze oplossing kunnen onder andere zijn:

- bijscholing en omscholing;

- tijdelijke tewerkstelling binnen de gemeentelijke organisatie, al dan niet bovenformatief;

- een passende functie binnen de gemeentelijke organisatie, die na de herplaatsingprocedure is ontstaan;

- tijdelijke detachering naar een externe organisatie;

- outplacementbegeleiding;

- een passende functie buiten de gemeentelijke organisatie;

- overige flankerende maatregelen als bedoeld in hoofdstuk 7 van dit statuut.

Het VWNW-contract moet zijn vastgesteld binnen drie maanden na de datum waarop het besluit tot boventalligverklaring in werking treedt.

5. De kosten van bijscholing, omscholing en outplacementbegeleiding zijn voor rekening van de werkgever. Per medewerker is een budget beschikbaar van maximaal € 7.500,- dat kan worden aangewend voor onder andere coaching, training en opleiding.

6. Indien de werkgever na een periode van 24 maanden, na zorgvuldig onderzoek constateert dat geen structurele oplossing als bedoeld in het vierde lid kan worden gevonden, kan de ambtenaar eervol ontslag wegens reorganisatie worden verleend, als bedoeld in artikel 8:3 van de CAR. Hoofdstuk 10d van de CAR is in dat geval van toepassing, waarbij het VWNW-traject wordt geacht te zijn doorlopen gedurende de eerder genoemde termijn van 24 maanden. De datum van ontslag kan niet liggen voorafgaande aan de datum waarop de organisatiewijziging ingevolge een besluit van het bevoegd gezag is gerealiseerd.

7. In aanvulling op het vorige lid geldt het volgende. Incidenteel kan zich een situatie voordoen waarbij voor de medewerker na een periode van 24 maanden nog geen structurele oplossing is gevonden, maar waarbij door het college is vastgesteld dat dit binnen een aanvullende periode van maximaal 12 maanden wel het geval zal zijn. In deze situatie zal aan deze medewerker binnen de genoemde periode van 12 maanden geen ontslag worden verleend wegens boventalligheid.

Artikel 3:7. Paritaire commissie VWNW

De paritaire commissie VWNW ziet toe op de juiste naleving van de VWNW-afspraken voor elke medewerker met wie een VWNW-contract is afgesloten. Zowel de ambtenaar als het college kan een geschil over de uitvoering van het VWNW-contract voorleggen aan deze commissie. Het reglement voor deze commissie is opgenomen in hoofdstuk 6.

Artikel 3:8. Verplichting ambtenaar

1. De ambtenaar is verplicht, onverminderd het recht op bezwaar en beroep, een passende of geschikte functie die hem met inachtneming van de herplaatsingprocedure is toegewezen te aanvaarden.

2. Wanneer de ambtenaar, na herhaald en zorgvuldig overleg, weigert een aangeboden functie te aanvaarden, niet meewerkt aan het vinden van een passende of geschikte functie of anderszins onvoldoende meewerkt aan zijn/haar reïntegratie, kan het college van burgemeester en wethouders overgaan tot ontslag. Daarbij kan het college van burgemeester en wethouders besluiten tot verval van het wachtgeld of de aanvullende en na-wettelijke uitkering.

3. De ambtenaar die, als gevolg van de organisatieontwikkeling, boventallig is verklaard wordt verplicht gedurende de periode van boventalligheid andere werkzaamheden te verrichten. De vervangende werkzaamheden kunnen van een ander en dus ook van een lager functieniveau zijn.

Artikel 3:9. Salarisgarantie

De ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een andere functie binnen de gemeentelijke organisatie, behoudt in deze functie de salarisaanspraken (inschaling en salarisperspectief) zoals die voor hem golden in de oorspronkelijke functie.

Artikel 3:10. Functiegebonden toelagen

1. Voor de ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een andere functie binnen de gemeentelijke organisatie vervallen de functiegebonden toelagen.

2. Aan de ambtenaar, wiens bezoldiging als gevolg van het vervallen van de functiegebonden toelagen een blijvende verlaging ondergaat, wordt een aflopende compensatie toegekend, indien:

a. die blijvende verlaging tot minste 3% bedraagt van de bezoldiging;

b. de ambtenaar de toelage direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging tot vermindering ervan, gedurende ten minste twee jaren zonder wezenlijke onderbreking (een periode van langer dan twee maanden) heeft genoten.

3. De afbouw van deze compensatie kent het volgende verloop:

a. het eerste jaar ontvangt de ambtenaar 100% van de daling van de bezoldiging, die het gevolg is van het vervallen of verminderen van de toelage;

b. het tweede jaar ontvangt de ambtenaar 75% van de daling van de bezoldiging, die het gevolg is van het vervallen of verminderen van de toelage;

c. het derde jaar ontvangt de ambtenaar 50% van de daling van de bezoldiging, die het gevolg is van het vervallen of verminderen van de toelage;

d. het vierde jaar ontvangt de ambtenaar 25% van de daling van de bezoldiging, die het gevolg is van het vervallen of verminderen van de toelage.

4. De belanghebbende in de zin van lid 1, die voorafgaand aan het vervallen van de toelage, deze gedurende ten minste 25 jaren zonder wezenlijke (een periode van langer dan twee maanden) onderbreking heeft genoten, behoudt de toelage gedurende de verdere diensttijd bij de gemeente De Wolden.

Artikel 3:11. Persoonsgebonden toelagen

De ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een andere functie binnen de gemeentelijke organisatie, behoudt recht op zijn persoonsgebonden toelagen.

Artikel 3:12. Studiefaciliteiten

1. De ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een andere functie binnen de gemeentelijke organisatie, behoudt de rechten die hem op grond van de studiefaciliteitenregeling zijn toegekend, indien hij de studie voortzet.

2. De ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een andere functie binnen de gemeentelijke organisatie en die in overleg met zijn nieuwe leidinggevende besluit te stoppen met zijn studie, wordt ontheven van terugbetalingsverplichtingen die voortvloeien uit de studiefaciliteitenregeling.

Artikel 3:13. Aanvullende scholing

De werkgever onderzoekt of het nodig is de ambtenaar, die is overgeplaatst naar een passende of geschikte functie binnen de gemeentelijke organisatie, bij of om te scholenvoor het vervullen van zijn nieuwe functie. De kosten van de scholing zijn voor rekening van de gemeente.

Hoofdstuk 4. Herplaatsingsprocedure

Artikel 4:1. Herplaatsingsprocedure

Het college van burgemeester en wethouders kan een toetsingscommissie of een plaatsingscommissie in het leven roepen. De toetsingscommissie heeft tot taak de voorgenomen (her)plaatsingbesluiten te toetsen. De taak van de plaatsingscommissie is om het college te adviseren over herplaatsingen.

De keuze voor het instellen van een toetsings- of plaatsingscommissie vindt plaats na overleg met en instemming van het georganiseerd overleg.

Indien bij een organisatiewijziging vijf of meer ambtenaren betrokken zijn, wordt in ieder geval één van beide commissies in het leven geroepen. Richtlijn is dat de plaatsingscommissie wordt ingesteld bij een zeer complexe en omvangrijke reorganisatie. Bij reorganisaties die wat minder complex en omvangrijk zijn, wordt de toetsingscommissie ingesteld.

Artikel 4:2. Samenstelling toetsingscommissie en plaatsingscommissie

1. De samenstelling van zowel de toetsingscommissie als de plaatsingscommissie is:

- een vertegenwoordiger namens de werkgever, aangewezen door de gemeentesecretaris;

- een vertegenwoordiger namens de werknemers, aangewezen door de vakorganisaties;

- een in gezamenlijk overleg van de hiervoor genoemde vertegenwoordigers aan te wijzen onafhankelijk voorzitter.

2. De commissies krijgen een ambtelijk secretaris vanuit P&O toegewezen.

3. De vergaderingen van de commissies zijn niet openbaar.

4. De leden van de commissies en de secretaris zijn verplicht tot geheimhouding van hetgeen hen uit stukken of de beraadslagingen bekend is geworden.

5. In de artikelen 4:3 en 4:4 wordt de procedure aangegeven als wordt gekozen voor de toetsingscommissie.

6. In de artikelen 4:5 tot en met 4:7 wordt de procedure aangegeven als wordt gekozen voor de plaatsingscommissie.

Artikel 4:3. Toetsingscommissie

1. De toetsingscommissie toetst het besluit tot het voornemen van herplaatsing en de eventuele bedenkingen in een voltallige vergadering.

2. De toetsingscommissie stelt, indien afgeweken wordt van de voorgenomen herplaatsing, een gemotiveerd advies op voor het college. Indien het advies niet unaniem is, wordt in het verslag desgewenst ook het minderheidstandpunt verwoord. Dit advies wordt naar de betrokken ambtenaar of ambtenaren verzonden.

3. De toetsingscommissie kan de gemeentesecretaris / algemeen directeur, andere leidinggevenden en overige ambtenaren respectievelijk (een vertegenwoordiging van) het college uitnodigen voor het geven van een toelichting.

4. Het college herplaatst, met inachtneming van het advies van de toetsingscommissie, de medewerkers. Het college kan alleen gemotiveerd afwijken van het advies van de toetsingscommissie.

5. Aan de toetsingscommissie worden in elk geval ter hand gesteld:

-de relevante functieprofielbeschrijving;

-het besluit tot voornemen van herplaatsing;

-na toestemming van de medewerker, relevante informatie uit het personeelsdossier van de medewerker.

6. De commissie stelt na afloop van de procedure een rapportage op over haar werkzaamheden.

Artikel 4:4. Herplaatsingbesluiten (bij toetsingscommissie)

1. Het college van burgemeester en wethouders neemt een besluit tot voornemen van herplaatsing.

2. De betreffende ambtenaar wordt van dit besluit schriftelijk op de hoogte gesteld.

3. Indien de ambtenaar bedenkingen heeft tegen het voornemen tot plaatsing, kan hij deze binnen twee weken na verzending van het voornemen van herplaatsing, schriftelijk voorleggen aan het college. Het college stuurt de bedenkingen door aan de toetsingcommissie als bedoeld in artikel 4:3.

3. Het besluit tot het voornemen van herplaatsing wordt tevens aan de toetsingscommissie ter kennis gebracht. De toetsingscommissie beslist, binnen twee weken na verzending van dit besluit, of zij akkoord gaan met het besluit tot het voornemen van herplaatsing of dat zij dit in een vergadering nader willen bespreken. Indien er bedenkingen zijn ingediend, wordt deze termijn met twee weken verlengd.

4. Nadat de toetsingscommissie advies heeft uitgebracht wordt overgegaan tot definitieve herplaatsing.

5. Als het college het advies van de toetsingscommissie niet of niet geheel overneemt dan wordt dit gemotiveerd aan de toetsingscommissie meegedeeld.

6. De ambtenaar wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte gesteld van het besluit of hij al dan niet geplaatst is. In de motivering van het besluit wordt ingegaan op eventuele bedenkingen die door de ambtenaar zijn ingediend.

7. De ambtenaar kan bezwaar en beroep aantekenen tegen het besluit, zoals bedoeld in het vorige lid, conform de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 4:5. Plaatsingscommissie

1. De gemeentesecretaris verzamelt alle volgens hem benodigde gegevens en adviseert de plaatsingscommissie –al dan niet voorzien van een concept-voorstel – over de herplaatsing van de betrokken ambtenaren.

2. De betrokken ambtenaar heeft de mogelijkheid om, indien gewenst, mondeling te worden gehoord door de plaatsingscommissie. Ook kan de plaatsingscommissie een ambtenaar of de secretaris/leidinggevende uitnodigen om nadere informatie te geven.

3. De plaatsingscommissie adviseert op basis van de verstrekte gegevens het college van burgemeester en wethouders over de herplaatsing van de betrokken ambtenaren.

4. Het college van burgemeester en wethouders informeert de ambtenaar schriftelijk over het advies van de plaatsingscommissie.

Artikel 4:6. Bedenkingen tegen voorstel (bij plaatsingscommissie)

1. Indien de ambtenaar bedenkingen heeft tegen het advies van de plaatsingscommissie kan hij binnen 14 dagen schriftelijk en gemotiveerd deze bedenkingen indienen bij het college van burgemeester en wethouders.

2. De ambtenaar kan verzoeken om mondeling te worden gehoord door (een vertegenwoordiging van) het college van burgemeester en wethouders. De ambtenaar die hiertoe een verzoek indient, zal binnen 14 dagen worden gehoord. Van de hoorzitting wordt schriftelijk verslag opgemaakt.

3. Het college van burgemeester en wethouders neemt een besluit als bedoeld in artikel 4:7 binnen 14 dagen na de hoorzitting.

Artikel 4:7. Herplaatsingbesluiten (bij plaatsingscommissie)

1. Het college van burgemeester en wethouders neemt een besluit in het kader van de herplaatsing van de betrokken ambtenaar.

2. De ambtenaar wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte gesteld van dit besluit. In de motivering van het besluit wordt ingegaan op eventuele bedenkingen die door de ambtenaar zijn ingediend.

3. De ambtenaar kan bezwaar en beroep aantekenen tegen het besluit, zoals bedoeld in het eerste lid, conform de Algemene wet bestuursrecht.

Hoofdstuk 5. Privatisering en publiekrechtelijke taakoverheveling

Artikel 5:1. Werkingssfeer hoofdstuk

Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op privatiseringen en publiekrechtelijke taakoverhevelingen.

Artikel 5:2. Werkgelegenheid

1. In principe zullen er bij een privatisering of overheveling van taken geen gedwongen ontslagen plaatsvinden tenzij er sprake is van situaties als verwoord in artikel 5:3 lid 6 van dit Sociaal Statuut.

De werkgever zal zich tot het uiterste inspannen om ervoor te zorgen dat de werkgelegenheid van de bij de privatisering of overheveling van taken betrokken ambtenaren behouden blijft.

2. De werkgever treedt met de betrokken privaatrechtelijke of publiekrechtelijke instantie in overleg over de overname van de ambtenaren van het desbetreffende organisatieonderdeel. Gemaakte afspraken worden schriftelijk vastgelegd.

3. Voordat de werkgever een besluit neemt over de overgang van een ambtenaar naar de betrokken privaatrechtelijke of publiekrechtelijke instantie, biedt hij de betrokkene de gelegenheid om zijn belangstelling kenbaar te maken voor passende en/of geschikte functies die op dat moment vacant zijn of op korte termijn vacant worden in de gemeentelijke organisatie.

Artikel 5:3. Geen passende of geschikte functie

1. Op het moment dat de werkgever er niet in slaagt de ambtenaar onder te brengen bij de nieuwe werkgever dan wel op een passende of geschikte functie binnen de gemeentelijke organisatie, wordt de ambtenaar door het college boventallig verklaard.

2. De ambtenaar wordt schriftelijk en met redenen omkleedt, in kennis gesteld van het feit dat hij/zij boventallig is geworden.

3. Binnen één maand nadat de ambtenaar is medegedeeld dat hij/zij boventallig is verklaard, wordt een VWNW-onderzoek afgerond door werkgever en ambtenaar.

4. In het VWNW-contract leggen werkgever en ambtenaar vast welke inspanningen zij zullen verrichten om tot een structurele oplossing te komen.

Onderdeel van deze oplossing kunnen onder andere zijn:

- bijscholing en omscholing;

- tijdelijke tewerkstelling binnen de gemeentelijke organisatie, al dan niet bovenformatief;

- een passende functie binnen de gemeentelijke organisatie, die na de herplaatsingprocedure is ontstaan;

- tijdelijke detachering naar een externe organisatie;

- outplacementbegeleiding;

- een passende functie buiten de gemeentelijke organisatie;

- overige flankerende maatregelen als bedoeld in hoofdstuk 7 van dit statuut.

Het VWNW-contract moet zijn vastgesteld binnen drie maanden na de datum waarop het besluit tot boventalligverklaring in werking treedt.

5. De kosten van bijscholing, omscholing en outplacementbegeleiding zijn voor rekening van de werkgever. Per medewerker is een budget beschikbaar van maximaal € 7.500,- dat kan worden aangewend voor onder andere coaching, training en opleiding.

6. Indien de werkgever na een periode van 24 maanden, na zorgvuldig onderzoek constateert dat geen structurele oplossing als bedoeld in het vierde lid kan worden gevonden, kan de ambtenaar eervol ontslag wegens reorganisatie worden verleend, als bedoeld in artikel 8:3 van de CAR. Hoofdstuk 10d van de CAR is in dat geval van toepassing, waarbij het VWNW-traject wordt geacht te zijn doorlopen gedurende de eerder genoemde termijn van 24 maanden. De datum van ontslag kan niet liggen voorafgaande aan de datum waarop de organisatiewijziging ingevolge een besluit van het bevoegd gezag is gerealiseerd.

7. In aanvulling op het vorige lid geldt het volgende. Incidenteel kan zich een situatie voordoen waarbij voor de medewerker na een periode van 24 maanden nog geen structurele oplossing is gevonden, maar waarbij door het college is vastgesteld dat dit binnen een aanvullende periode van maximaal 12 maanden wel het geval zal zijn. In deze situatie zal aan deze medewerker binnen de genoemde periode van 12 maanden geen ontslag worden verleend wegens boventalligheid.

Artikel 5:4. Paritaire commissie VWNW

De paritaire commissie VWNW ziet toe op de juiste naleving van de VWNW-afspraken voor elke medewerker met wie een VWNW-contract is afgesloten. Zowel de ambtenaar als het college kan een geschil over de uitvoering van het VWNW-contract voorleggen aan deze commissie. Het reglement voor deze commissie is opgenomen in hoofdstuk 6.

Artikel 5:5. Sociaal plan

Als het GO van mening is dat de privatisering of taakoverheveling zodanig ingrijpende personele gevolgen met zich meebrengt dat hierover aanvullende afspraken moeten worden gemaakt, wordt door de werkgever een sociaal plan opgesteld. Dit plan regelt de overplaatsingsprocedure (inclusief de ontslag- en aanstellingsprocedure van het over te plaatsen personeel) en bevat rechtspositionele bepalingen. Over dit sociaal plan moet overeenstemming worden bereikt in het GO.

Artikel 5:6. Rechtspositievergelijking

1. Indien de betrokken ambtenaren overgaan naar een privaatrechtelijke of een andere publiekrechtelijke werkgever waarvoor een afwijkende rechtspositieregeling of CAO geldt, maakt de werkgever een vergelijking tussen de arbeidsvoorwaardenpakketten die van toepassing zijn op de gemeentelijke werkgever en de nieuwe werkgever.

2. Indien uit de vergelijking blijkt dat het totaalpakket van arbeidsvoorwaarden (bestaande uit in ieder geval salaris, uitkeringen en toelagen, (pre)pensioen, vakantierechten, ziektekostenregeling en werkloosheidsuitkering) bij de nieuwe werkgever minder is dan het totaalpakket bij de gemeentelijke werkgever, worden in het sociaal plan nadere afspraken gemaakt over afbouw, behoud of compensatie van aanspraken.

3. Het sociaal plan bevat in ieder geval de volgende garanties:

a. netto-netto garantie van het salaris en het salarisperspectief,

b. ambtenaren die een vaste aanstelling hebben, krijgen bij de nieuwe werkgever een vaste aanstelling dan wel een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zonder proeftijd.

Hoofdstuk 6. Reglement paritaire commissie VWNW

Artikel 6:1. Samenstelling commissie

1. Het college stelt een commissie in als bedoeld in artikel 10d:24 CAR-UWO.

De commissie bestaat uit:

- een vaste onafhankelijk voorzitter;

- een lid aan te wijzen door het college;

- een lid aan te wijzen door de werknemersgeleding.

Voor elk lid wordt een plaatsvervanger benoemd.

2. De commissie wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris.

Artikel 6:2. Verantwoordelijkheden

1. De commissie heeft als taak desgevraagd te adviseren:

a. over de naleving van tussen het college en de ambtenaar gemaakte afspraken in het kader van het VWNW-contract;

b. over eventuele verlenging van het VWNW-contract, zoals bedoeld in artikel 10d:22;

c. over geschillen voortvloeiend uit het VWNW-contract.

2. Een verzoek om advies als hierboven bedoeld kan worden gedaan door of namens het college of door de betrokken ambtenaar.

3. De commissie brengt een bindend advies uit.

Artikel 6:3. Werkwijze

1. De commissie kan belanghebbenden en bij de voorbereiding en uitvoering van het VWNW-contract betrokkenen horen.

2. Het college en de betrokken ambtenaar zijn verplicht alle gevraagde informatie te verschaffen aan de commissie.

3. Vergaderingen van de commissie zijn niet openbaar.

4. De commissie brengt haar advies schriftelijk uit, binnen vier weken na de aanvraag daartoe.

Hoofdstuk 7. Flankerend beleid

Artikel 7:1. Werkingssfeer hoofdstuk

Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar die niet (direct) herplaatsbaar is en boventallig is verklaard door het college. Met deze ambtenaar wordt een VWNW-contract opgesteld zoals bedoeld in de artikelen 3:6 en 5:3. In dit VWNW-contract kunnen flankerende maatregelen worden opgenomen om tot het vinden van een nieuwe baan buiten onze gemeentelijke organisatie te komen. Het college stelt in overleg met de betrokken ambtenaar vast welke van de in de artikelen 7:2, 7:3 en 7:4 van dit hoofdstuk uitgewerkte faciliteiten in het kader van dit plan van aanpak worden toegepast.

Artikel 7:2. Faciliteiten voor het vinden van een nieuwe baan bij een andere werkgever en het verlenen van ondersteuning

Dit kan door:

a. beschikbaar stellen van informatie over banen elders (kranten, tijdschriften) voor een ieder die wil solliciteren;

b. het bieden van faciliteiten in tijd en geld tot omscholing, indien voldoende aannemelijk kan worden gemaakt dat omscholing het reële vooruitzichten biedt op een functie buiten onze gemeentelijke organisatie;

c. tijdelijke detachering als oriëntatiefase bij een andere organisatie. Detachering dient als zodanig onderdeel uit te maken van het plan van aanpak;

d. definitieve plaatsing bij een andere organisatie;

e. het bieden van outplacement via een outplacementbureau. In sommige gevallen kan het voorkomen dat iemand, waarvoor geen passende functie beschikbaar is, een plaatsing buiten de gemeentelijke organisatie prefereert boven een interne herplaatsing en ook vanuit de gemeente deze ambitie wordt ondersteund. In overleg kan een outplacementbureau worden ingeschakeld om de plaatsing te realiseren. Er komen geen kosten voor rekening van de ambtenaar;

f. voor sollicitaties buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging te verlenen;

g. de reiskosten bij sollicitaties te vergoeden op basis van de gemeentelijke regeling, indien en voor zover de mogelijke nieuwe werkgever geen vergoeding geeft;

h. tegemoetkoming verhuiskosten, indien de verandering van werkkring een gedwongen verhuizing met zich meebrengt en de nieuwe werkgever daarvoor geen c.q. een lagere tegemoetkoming verleent dan van toepassing is volgens hoofdstuk 18 van de UWO;

i. om een overgang naar een andere werkkring te met een lager salaris mogelijk te maken, kan een aanvulling op het netto salaris worden gegeven tot het niveau van de oude bezoldiging. Deze loonsuppletie geldt voor maximaal 2 jaar.

Artikel 7:3. Faciliteiten voor de opbouw van een eigen bedrijf.

De niet herplaatsbare ambtenaar, die een eigen zaak of bedrijf wil opzetten, kan bij ontslag op eigen verzoek in aanmerking komen voor toekenning van een jaar extra bezoldiging. De aanvraag hiervoor dient vergezeld te gaan van een ondernemingsplan. Dit plan kan ter toetsing worden voorgelegd aan externe deskundigen.

Artikel 7:4. Faciliteiten bij (gedeeltelijk) ontslag op eigen verzoek, zoals:

a. bij een ontslag op eigen verzoek is het mogelijk een afkoopsom toe te kennen.

Deze uitkering bedraagt maximaal een halfjaarsalaris. Bij een verzoek om deeltijdontslag kan deze regeling naar rato van de urenvermindering worden toegekend;

b. uitbetalen van de eerstkomende gratificatie ambtsjubileum naar rato van het aantal reeds opgebouwde overheidsdienstjaren indien deze binnen 5 jaar bereikt zou worden, behalve wanneer een betrekking elders wordt aanvaard, waarin deze aanspraken op een gratificatie doorlopen;

c. ontheffing terugbetalingsverplichting van een eerder toegekende tegemoetkoming in verhuiskosten, als bedoeld in artikel 18:1:2 van de UWO;

d. ontheffing terugbetalingsverplichting studiekosten, als bedoeld in de ‘Terugbetalingsregeling opleidingskosten De Wolden’;

e. ontheffing terugbetalingsverplichting ouderschapsverlof, als bedoeld in artikel 6:5:5 van de UWO;

f. alleen bij volledig ontslag: eindafrekening op de gebruikelijke wijze, waaronder uitbetaling van het op de dag voorafgaande aan het ontslag resterende aantal verlofuren en uitbetaling vakantietoelage.

Hoofdstuk 8. Overige bepalingen

Artikel 8:1. Hardheidsclausule

1. In gevallen waarin toepassing van het sociaal statuut zou leiden tot een onbillijke situatie voor een ambtenaar, kan het college van burgemeester en wethouders van het statuut afwijken in een voor de ambtenaar gunstige zin;

2. In gevallen waarin het sociaal statuut niet voorziet beslist het college van burgemeester en wethouders gehoord de commissie voor GO.

Artikel 8:2. Overgangsbepaling

Het “Sociaal statuut Gemeente De Wolden 2000” en het “Sociaal statuut 2011 gemeente De Wolden” blijven onverkort van toepassing op de medewerker(s) waarmee op basis van deze statuten afspraken zijn gemaakt en vastgelegd.

Artikel 8:3. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: “Sociaal statuut 2013 gemeente De Wolden”

Artikel 8:4. Inwerkingtreding

1. Dit sociaal statuut treedt in werking met ingang van 1 april 2013 en treedt in de plaats van het “Sociaal statuut 2011 Gemeente De Wolden”.

2. De einddatum van het “Sociaal statuut 2013 gemeente De Wolden” is 1 januari 2015, tenzij partijen eerder te kennen geven het sociaal statuut te willen wijzigen. In dat geval vindt hierover overleg plaats in de commissie voor GO.

Sluiting

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van gemeente De Wolden d.d. 21 mei 2013.

Zuidwolde, 11 juni 2013,

secretaris-directeur, burgemeester,

T.N. Kramer. R.T. de Groot