Standplaatsenbeleid De Wolden

Standplaatsenbeleid De Wolden

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente De Wolden
Officiële naam regelingStandplaatsenbeleid De Wolden
CiteertitelStandplaatsenbeleid De Wolden
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpruimtelijke ordening, verkeer en vervoer

Opmerkingen m.b.t. de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. bronvermelding
  2. bronvermelding

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftDatum ondertekening, Bron bekendmakingKenmerk voorstel
20-02-2014 n.v.t. Nieuwe regeling 04-02-2014 De Wolder Courant A-3

Tekst van de regeling

Hoofdstuk 1. Inleiding

Aanleiding voor actualisering van het in 2001 vastgestelde standplaatsenbeleid is de door de gemeenteraad vastgestelde ‘nieuwe’ Algemene Plaatselijke Verordening (APV) 2008, (verder APV) waarin er voor is gekozen om venten te koppelen aan een algemene regel. Dit betekent dat het nog slechts verboden is te venten als de openbare orde wordt verstoord, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komen.

Op vergunningprocedures voor wat betreft diensten is de Europese Dienstenrichtlijn van toepassing. Onderdeel van actualisering is daarom screening van het standplaatsvergunning-stelsel aan de Europese Dienstenrichtlijn. Dit betekent o.a. dat enkele voorheen gehanteerde weigeringsgronden niet meer als zodanig concreet zijn benoemd. Overlast valt nu onder het milieubegrip. Verkeersveiligheid kan worden aangemerkt als een dwingende reden van algemeen belang, maar is ook een belang dat te scharen valt onder de volksgezondheid. Veiligheid van personen en gezondheid kan als een belang van volksgezondheid worden aangemerkt.

Verder zijn er wijzigingen, voor wat betreft locatie (de Wijk) en dagdeel (Ruinerwold) in deze actualisering/herziening van het standplaatsenbeleid verwerkt. Deze notitie heeft tot doel helderheid te geven in beleid, regelgeving en uitvoering, waar het gaat om het innemen van een standplaats.

Vanuit de APV opgenomen belangen en jurisprudentie over het innemen van standplaatsen wordt een uitgangspunt en voorschriften, waaronder vergunning wordt verleend, toegelicht.

Dit betekent dat alleen vergunning wordt verleend indien aan dit uitgangspunt en de voorschriften wordt voldaan. De voorschriften zijn opgenomen in een bij deze notitie behorende bijlage.    

Hoofdstuk 2. Algemene Plaatselijke Verordening

Het innemen van een standplaats is opgenomen onder hoofdstuk 5, Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente, in de APV, gemeente De Wolden 2008. Artikel 5:15 bepaalt dat het verboden is te venten indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. Verder is het verboden te venten op zondagen.

Artikel 5:18 verbiedt het zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan. Naast de ‘algemene’ weigeringsgronden, de belangen van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en de bescherming van het milieu kan een vergunning worden geweigerd indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan de eisen van redelijke welstand en/of indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van een vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt.

Venten wordt gedefinieerd als: het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis.

Onder venten wordt niet verstaan het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet en het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op snuffelmarkten.

Onder het innemen van een standplaats wordt verstaan: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.

Onder een standplaats wordt niet verstaan een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet en een vaste plaats op een evenement als bedoeld in de Festiviteiten- en evenementenverordening.

Aan de hand van voornoemde weigeringsgronden zijn door burgemeester en wethouders beleidsregels geformuleerd, waarin wordt aangegeven wanneer tot het afgeven van een standplaatsvergunning wordt overgegaan.

De jurisprudentie geeft hierin de kaders aan. Deze zijn inmiddels redelijk eenduidig, zo mogen economische motieven geen rol spelen bij de beoordeling van aanvragen om vergunning, uitzondering hierop is het opbouwen van een nieuw winkelbestand. 

Hoofdstuk 3. Basis van het standplaatsenbeleid

De tot dusver gehanteerde beleidsregels vinden hun basis in de voormalige, nu de gemeente De Wolden vormende, gemeenten. De kenmerkende overeenkomsten zijn in 2001 in een geharmoniseerd beleid vastgelegd. Zo wordt er uitsluitend uitgegaan van zgn. incidentele standplaatsen, waarvoor vergunning wordt verleend. Een incidentele standplaats betreft een locatie waar periodiek gedurende één of enkele dagdelen per week standplaats wordt ingenomen. Een dagdeel is de periode voor of na ca. 12.00 uur.

Met uitzondering van het Kerkplein in Zuidwolde zijn de standplaatsen uitsluitend gelegen op gemeentegrond. Op grond van artikel 5:19 is het de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen.

Daarnaast is er sprake van vaste locaties waar standplaats(-en) word(t)en ingenomen. Deze locaties, door de gemeente aangewezen, hebben zich in de praktijk bewezen als standplaatsen die voldoen aan de in de APV opgenomen toetsingscriteria. In iedere hoofdkern van De Wolden wordt de ambulante handel gedurende één dagdeel per week een mogelijkheid geboden meerdere standplaatsen in te nemen. Het aantal standplaatsen wordt met name door de beschikbare ruimte beperkt.

Formeel wordt geen branche-indeling gehanteerd, feitelijk echter wel. Vestigingswetgeving laat gemeentebesturen hierin een zeer beperkte ruimte, met name waar het gaat om beïnvloeding van concurrentieverhoudingen.

Waar een branche-indeling als uitwerking van een marktverordening wordt geaccepteerd, is een branche-indeling of maximumstelsel bij standplaatsvergunningen op grond van de vestigingswetgeving niet toegestaan.

Op grond van andere motieven bijv. openbare orde, kan een branche-indeling of maximum-stelsel worden toegestaan. Hoewel een dergelijke invalshoek juridisch moeilijk is te onderbouwen heeft een branche-indeling in de praktijk haar waarde bewezen.

Op grond van de tot dusver gehanteerde beleidsregels zijn vergunningen verleend voor de navolgende kernen en locaties.

de Wijk

In de Wijk wordt met ingang van 1 januari 2009 op vrijdagmiddag standplaats ingenomen op het terrein bij ontmoetingscentrum ‘De Havezate’, Dorpsstraat 78 in de Wijk van 13.00 tot 18.00 uur met een maximum van vijf standplaatsen.

Koekange

In Koekange wordt op woensdagmiddag van 13.00 uur tot 18.00 uur standplaats ingenomen op het parkeerterrein direct gelegen voor de ingang van het sportcomplex aan de Sportlaan met een maximum van één standplaats. Daarnaast wordt op dezelfde locatie op vrijdag standplaats ingenomen van 08.00 uur tot 14.00 uur met een maximum van vijf standplaatsen.

Zuidwolde

In Zuidwolde wordt op dinsdag op het in eigendom van de PKN kerk behorende Kerkplein standplaats ingenomen van 13.00 tot 18.00 uur met een maximum van zeven standplaatsen. Daarnaast wordt op grond van overgangsrecht op de hoek Burgerzinstraat-Hoofdstraat (voormalig marktterrein) en het Kerkplein incidenteel standplaats ingenomen.

Ruinen

In Ruinen wordt op donderdag standplaats ingenomen op de Brink van 08.00 tot 18.00 uur met een maximum van acht standplaatsen. Daarnaast wordt hier op grond van overgangsrecht op dinsdag, woensdag, vrijdag en zaterdag standplaats ingenomen. Dit geldt ook voor ijsverkoop van april tot oktober vanaf één standplaats op de Brink in Ruinen.

Ook wordt van april tot oktober ijsverkoop toegestaan vanaf een standplaats in de berm bij de splitsing Zuidwolderweg-Hooimaatsdijk in Echten en de Pesserweg, nabij de zgn. vijfsprong aan de Gijsselterweg in Gijsselte.   

Ruinerwold

In Ruinerwold wordt op woensdag standplaats ingenomen op het parkeerterrein aan de Burg. Schukkingstraat van 13.00 tot 18.00 uur met een maximum van zes standplaatsen. 

Koekange

Parkeerterrein Sportlaan

1

Woensdag NM

13.00-18.00

Koekange

Parkeerterrein Sportlaan

5

Vrijdag

08.00-14.00

De Wijk

5

Vrijdag NM

13.00-18.00

Zuidwolde

Kerkplein

7

Dinsdag NM

13.00-18.00

Zuidwolde

1

Zuidwolde

1

Vrijdag NM

Ruinen

Brink

8

Donderdag

08.00-18.00

Ruinen

Brink

1

08.00-12.00

Ruinen

Brink

1

Vrijdag NM

13.00-18.00

Ruinen

Brink

2

Zaterdag

08.00-18.00

Ruinerwold

6

Woensdag NM

13.00-18.00

-------------

------------------------------------

---------

----------------

-------------

IJsverkoop:

Ruinen

Brink

1

Meerdere dagen

Echten

1

Meerdere dagen

Gijsselte

1

Meerdere dagen

 

Hoofdstuk 4. Elektriciteitsvoorzieningen

Voor het gebruik als standplaats zijn op de locaties, met uitzondering van het parkeerterrein aan de Burgerzinstraat-Hoofdstraat in Zuidwolde, elektriciteitsvoorzieningen aanwezig. De voorzieningen zijn afsluitbaar en voor de vergunninghouder met een sleutel toegankelijk.

Bij gebruik van de voorziening wordt een bedrag per standplaats, per jaar (€ 47,50 in 2008) in rekening gebracht voor verbruik en afschrijving. Op basis van de werkelijke kosten van verbruik/-afschrijving en indexering kan dit bedrag worden aangepast.

Hoofdstuk 5. Beleidsnotitie

De ervaringen met de beleidsregels zijn positief. Het alternatief om iedere aanvraag om vergunning afzonderlijk te beoordelen is uit doelmatigheidsoverwegingen ongewenst.

Daarnaast biedt het hanteren van vastgestelde locaties voor alle betrokkenen duidelijkheid. 

Het ligt dan ook voor de hand om de bestaande praktijk te continueren. Te meer daar de praktijk en de ontwikkelingen in de jurisprudentie geen aanleiding tot wijziging geven. De notitie zal vervolgens als geactualiseerd standplaatsenbeleid van de gemeente De Wolden op de in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) aangegeven wijze worden bekendgemaakt. 

Hoofdstuk 6. Standplaatsen

De locaties voor het innemen van een standplaats zijn met uitzondering van het Kerkplein in Zuidwolde gelegen op gemeentegrond, concentreren zich voornamelijk in de beslotenheid van de dorpskernen op parkeerplaatsen of verblijfsgebied en bewijzen zich als locaties die voldoen aan in de APV opgenomen criteria.

Ervaring wijst uit dat er geen belangstelling bestaat voor het innemen van een standplaats in de kleinere kernen van De Wolden. De mogelijkheid hiertoe is in het kader van deze notitie niet verder onderzocht. Indien hiervoor belangstelling bestaat zal burgemeester en wethouders op de daartoe, in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) aangegeven wijze als-nog locaties kunnen aanwijzen waar het innemen van standplaatsen wordt toegestaan.

Op basis van in het verleden in de APV opgenomen toetsingscriteria is een uitgangspunt voor vergunningverlening geformuleerd. In de onlangs vastgestelde APV zijn deze criteria in het kader van deregulering en vermindering van administratieve lasten aangepast zonder dat dit overigens gevolgen heeft voor betreffend uitgangspunt. Tegelijkertijd met de deregulering is ook het standplaatsvergunningstelsel gescreend aan de Europese Dienstenrichtlijn. Dit betekent zoals reeds aangegeven dat enkele voorheen gehanteerde weigeringsgronden niet meer als zodanig voorkomen in de richtlijn. Het gaat dan om de navolgende geactualiseerde criteria.

- Openbare orde

Het verkeersaantrekkend karakter van standplaatsen kan leiden tot ongewenste reacties bij de weggebruiker. Mogelijk gevaarlijke oversteekbewegingen, parkerende of geparkeerde auto’s kunnen hinder in de omgeving verzorgen. De huidige locaties in de dorpskernen hebben zich in dit opzicht bewezen als verkeersveilig, overzichtelijk en voldoende groot om het gehanteerde maximum aantal standplaatsen in te nemen, zonder dat de overige functies in het gedrang komen. Daarnaast is de afstand tot de omliggende woonbebouwing ruim voldoende om rust en woongenot te waarborgen.

- Openbare veiligheid

Het aanwijzen van vaste locaties op aangewezen dagdelen met een maximum aantal standplaatsen zorgt er voor dat de standplaatsen zich concentreren. Naast het scheppen van duidelijkheid wordt hiermee versnippering van standplaatsen en marktvorming voorkomen. Voorts zorgt een dergelijke kwalificatie en kwantificering en het verbinden van voorschriften aan een vergunning er voor dat voornoemde belangen worden gewaarborgd.

- Volksgezondheid

De huidige locaties in de dorpskernen voldoen aan de daartoe uit verkeerstechnisch oogpunt te stellen eisen waardoor de verkeersaantrekkende werking van de standplaatsen geen dusdanige invloed op het verkeer heeft, dat zich ter plaatse verkeersgevaarlijke situaties behoeven voor te doen.

- Bescherming van het milieu

Dit criterium omvat alle soorten van overlast die gerelateerd zijn aan de omgeving/het milieu. Te denken valt aan geluidsoverlast, geurhinder, overlast veroorzaakt door stof, afval e.d.

-  Strijd met een geldend bestemmingsplan

Strijd met een geldend bestemmingsplan, vormt een zelfstandige weigeringgrond. Dit betekent dat bij de beoordeling van aanvragen om vergunning voor het innemen van een standplaats, altijd de voorschriften uit het vigerend bestemmingsplan moeten worden betrokken. Overigens wordt voor zover bekend het innemen van standplaatsen in de geldende bestemmingsplannen niet expliciet verboden. Dit neemt niet weg dat ook als een bestemmingsplan zich niet tegen het innemen van standplaatsen verzet, er toch ruimtelijke overwegingen kunnen zijn om geen standplaatsvergunning te verlenen. 

-  Eisen van redelijke welstand

Het uitsluitend aanwijzen van locaties die gelegen zijn binnen de beslotenheid van de dorps-kernen, bebouwde kommen, op daarvoor aangewezen locaties biedt de garantie dat er geen standplaats wordt ingenomen op zodanige locaties dat het straatbeeld of het landschap op een onverantwoorde wijze wordt verstoord.

- Aantasting van het verzorgingsniveau

Het voorzieningenniveau ter plaatse is een weigeringgrond die een stevige onderbouwing met een distributieplanologisch onderzoek en eventueel boekhoudkundige gegevens noodzakelijk maakt. Het voorzieningenniveau voor de consument is het bepalende element om geen vergunning te verlenen. In beginsel is de concurrentiepositie van een gevestigde winkelier geen reden om een standplaats te weigeren.

Vorenstaande toelichting op de in de APV opgenomen criteria betekent dat het navolgende (ongewijzigd) uitgangspunt voor vergunningverlening.

Uitsluitend standplaatsen toestaan binnen de bebouwde kommen van de vijf hoofd-kernen van gemeente De Wolden op en voor de daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen locaties, dagdelen, tijdstippen, aantallen en branches.

Dit uitgangspunt dient als basis voor een beleid waarbij de volgende onderwerpen nader worden uitgewerkt.

1. Locaties

2. Dagdelen en tijdstippen

3. Aantal standplaatsen

4. Branches

1. Locaties

Op basis van het geformuleerde uitgangspunt geldt ook na actualisering een overgangsrecht voor standplaatsen op de Brink in Ruinen en het voormalige marktterrein op de hoek Hoofdstraat-Burgerzinstraat in Zuidwolde. Deze vormen een uitzondering op de regel dat er alleen op een aangewezen dag standplaats mag worden ingenomen.

Met name de Brink in Ruinen is een populaire locatie voor het innemen van een standplaats. In dit opzicht onderscheidt de Brink en in mindere mate het voormalig marktterrein zich van de overige locaties. Een intensief gebruik als standplaats is echter in strijd met de aan de betreffende terreinen gegeven bestemming en kan tot overlast leiden. Voorkeur blijft daarom uitgaan naar concentraties van standplaatsen op vaste dagdelen en tijdstippen. Naast één-duidigheid wordt hiermee ook versnippering van de ambulante handel voorkomen.

Naast de aanvragen voor een standplaatsvergunning voor langere tijd (week, maand en jaar) worden ook aanvragen ingediend voor korte tijd, voor de verkoop tijdens evenementen en/of festiviteiten bijv. Koninginnedag, fiets4daagse, volksfeesten, autocrossen e.d. Veelal vallen deze activiteiten onder een te verlenen evenementenvergunning.

Ook worden incidentele (dag)-vergunningen aangevraagd voor het te koop aanbieden dan wel het aanbieden van diensten vanaf alternatieve locaties bijv. kerstbomenverkoop, graveren van autoruiten, infobussen en bevolkingsonderzoek. Deze incidentele activiteiten dienen bij voorkeur op een aangewezen locatie plaats te vinden, hetgeen niet altijd mogelijk is. Om dergelijke aanvragen te beoordelen en enige flexibiliteit te behouden worden aanvragen voor een tijdelijke (dag)-vergunning op andere dan de aangewezen locaties, ter nadere beoordeling aan burgemeester en wethouders gelaten.

2.  Dagdelen en tijdstippen

Dagdelen en tijdstippen van de standplaatsen verschillen van elkaar. Dit betekent voor de consument een ruime spreiding en voor de ambulante handel  diverse mogelijkheden om een standplaats in te nemen. 

      

3.  Aantallen

Het maximum aantal standplaatsen op de aangewezen locaties is bepaald door de beschik-bare ruimte en de toetsingscriteria, openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid, bescherming van het milieu en de eisen van redelijke welstand.

4.  Branches

Op grond van de vestigingswetgeving wordt een branche-indeling of maximumstelsel bij standplaatsvergunningen niet toegestaan. Op grond van andere motieven bijv. openbare orde, overlast is een verdeling in branches toegestaan. Uit een overzicht van branches die op de aangewezen locaties zijn vertegenwoordigd kan tot de volgende brancheverdeling worden gekomen.

1. Brood en banket

2. Aardappelen, groente en fruit

3. Kaas en zuivelproducten

4. Vis

5. Bloemen en planten

6. Textiel

7. Gevogelte en wild

8. Noten

Vanuit het principe één standplaats per branche, worden aanvragen die niet kunnen worden gehonoreerd voor de duur van drie jaar op een wachtlijst geplaatst. Indien er geen belang-stelling is voor één van deze branches kunnen burgemeester en wethouders een andere branche aanwijzen.

Hoofdstuk 7. Venten

Voor het venten is in de ‘nieuwe’ APV een algemene regel opgenomen. Het venten is slechts verboden indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. Daarnaast is het venten op zondagen verboden.

Gelet op de keuze voor een algemene regel dient zich de vraag aan of het venten nog wel in beleidsregels moet worden vastgelegd. De plaatselijke situatie geeft hiertoe geen aanleiding, bovendien zijn de toetsingscriteria voldoende duidelijk.  

Hoofdstuk 8. Voorschriften

De aan een standplaatsvergunning te verbinden voorschriften kunnen ongewijzigd uit het bestaande beleid worden overgenomen. Deze voorschriften zijn van toepassing op alle standplaatsvergunningen als bedoeld in artikel 5:18 van de APV.

Het vaststellen van voorschriften is één van de spelregels voor mandatering van besluiten tot het verlenen van standplaatsvergunningen. In een bij deze notitie behorende bijlage zijn de voorschriften voor het innemen van standplaatsen vastgelegd.

Hoofdstuk 9. Overgangsregeling

Het uitgangspunt van beleid betekent dat een aantal vergunningen onder het overgangsrecht vallen. Het betreft de standplaatsen op de Brink in Ruinen buiten de daarvoor aangewezen donderdagmorgen, op donderdag en zaterdag op het voormalig marktterrein op de hoek Burgerzinstraat Hoofdstraat in Zuidwolde en op vrijdagmiddag op het Kerkplein in Zuidwolde en de twee standplaatsen voor ijsverkoop in het buitengebied.

Gelet op de lange termijn dat van deze standplaatsen gebruik wordt gemaakt is het redelijk, billijk dat de overgangsregeling voor betreffende vergunninghouders blijft gelden. Hiermee worden de in de APV opgenomen criteria ( par. 6) niet onevenredig geschaad. Daarnaast berokkent de overgangsregeling de vergunninghouder geen schade. 

Hoofdstuk 10. Precario/Huur/Leges

Tot op heden worden uitsluitend leges geheven voor het innemen een standplaats c.q. de verleende standplaatsvergunning conform de tarieventabel behorende bij de legesverordening.

Om de financiële verplichtingen van de standplaatsvergunninghouder ten opzichte van de gemeente te regelen kan ook worden gekozen voor het heffen van een belasting in de vorm van precario of het verhuren van standplaatsen door middel van een (civielrechtelijke) verhuurovereenkomst met de standplaatshouder. De bijzonderheden van deze instrumenten kunnen samenvattend als volgt worden weergegeven.

Leges, zijn rechten die worden geheven ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten, genoemd in de legesverordening en de daarbij behorende tarieventabel. In hoofdstuk 3 van de tarieventabel zijn in artikel 3.15  de leges voor het innemen van standplaatsen opgenomen.

 

Precario, is een belasting die geheven wordt voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Precario wordt geheven naar het aantal vierkante meters gemeentegrond dat door een standplaats wordt ingenomen.

Als een standplaatshouder zijn betalingsverplichtingen niet nakomt beschikt de gemeente over een executoriale titel. Dit betekent dat er geen rechterlijk vonnis nodig is voor het afdwingen van de nakoming van de financiële verplichtingen. Er kan direct een belasting-deurwaarder worden ingeschakeld. Tegen een belastingaanslag kan een bezwaarschrift worden ingediend.

Verhuur, in geval van verhuur wordt een overeenkomst gesloten tussen de gemeente en de vergunninghouder van een standplaats. Wanneer de standplaatshouder zijn (financiële) verplichtingen uit de huurovereenkomst niet nakomt dan is nakoming van die verplichtingen eerst afdwingbaar na een daartoe strekkende uitspraak van de rechter.

Dat wil zeggen dat eerst na een uitspraak van de rechter een deurwaarder ingeschakeld kan worden voor het treffen van invorderingsmaatregelen.

De algemene opinie is dat er een precarioverordening vooralsnog meer kost dan oplevert.

Door de cluster Belastingen is aangegeven dat de huidige wijze van legesheffing voor een standplaatsvergunning, voornamelijk door de hoogte van het bedrag, op gespannen voet staat met het begrip ‘leges’. Nu als dereguleringsmaatregel een APV vergunning in principe voor onbepaalde tijd wordt afgegeven moet de huidige wijze van heffing worden heroverwogen. Hiertoe zal u separaat een voorstel worden gedaan, waarbij het aangaan van huurovereenkomsten met de standplaatsvergunninghouder nader wordt belicht.

Hoofdstuk 11. Mandatering

Onder mandaat wordt verstaan, de opdracht door een bestuursorgaan aan een ander orgaan of ambtenaar om de aan hem toegekende bevoegdheid in naam en onder verantwoordelijk-heid van dit bestuursorgaan uit te oefenen.

Het verlenen van een standplaatsvergunning is gemandateerd aan het hoofd BMO/AJZ.

Hoofdstuk 12. Procedure, publicatie

Voor de procedure worden de in de Awb en APV aangegeven bepalingen in acht genomen. Uitgangspunt is dat binnen acht weken na ontvangst van een aanvraag een beslissing wordt genomen.