Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2019

Home > Raad en College > Verordeningen, overige regelingen en beleidsregels > Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2019

Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2019

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente De Wolden
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2019
CiteertitelVerordening afvalstoffenheffing 2019
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpFinanciën en economie - verordeningen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Artikel 216 Gemeentewet
  2. Artikel 219 Gemeentewet
  3. Artikel 229, lid 1, aanhef en sub a en b Gemeentewet
  4. Artikel 15.33 Wet milieubeheer

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftDatum ondertekening, Bron bekendmakingKenmerk voorstel
22-12-2018 n.v.t. Nieuwe regeling 20-12-2018 De Wolder Courant / Digitaal gemeenteblad 2252

Tekst van de regeling

De raad van de gemeente DE WOLDEN;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 27 november 2018;

gelet op de artikelen 216, 219 en 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

Besluit:

vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2019

(Verordening afvalstoffenheffing 2019)

Hoofdstuk

Artikel 1. Aard van de belasting en belastbaar feit

  1. 1.

    Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

  1. 2.

    De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 2. Belastingplicht

  1. 1.

    De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

  1. 2.

    Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.

Artikel 3. Maatstaf van heffing en belastingtarief

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 4. Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 5. Wijze van heffing en termijnen van betaling

  1. 1.

    De belasting wordt als volgt geheven:

    a. De belasting bedoeld in hoofdstuk I van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag.

    b. De belasting bedoeld in hoofdstuk II van de tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

  1. 2.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de laatste termijn twee maanden en later.

  1. 3.

    In afwijking van het bepaalde in het tweede lid geldt dat, ingeval een machtiging is verleend tot automatische incasso en het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslag gemeentelijke heffingen, of wanneer het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan minimaal € 125 doch niet meer dan € 1.800 bedraagt, de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste 3 en ten hoogste 10 bedraagt. De eerste termijn vervalt op of omstreeks de vijfentwintigste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  1. 4.

    De in het derde lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt geacht niet te zijn verleend indien twee van de tien termijnen niet zijn betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen één maand na afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan gelden de betaaltermijnen als bedoeld in het tweede lid.

  1. 5.

    Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een beschikking inzake een bestuurlijke boete zijn lid 1, 2 en 3 van overeenkomstige toepassing, voorzover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag.

  1. 6.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

  1. 7.

    in afwijking van voorgaande leden wordt de belasting opgenomen in Hoofdstuk II van de tarieventabel geheven door middel van een gedagtekende bon, nota of ander schriftuur, waarop het verschuldigde bedrag wordt vermeld, welke direct moet worden voldaan.

Artikel 6. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  1. 1.

    De belasting bedoeld in hoofdstuk I van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  1. 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk I van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, op het moment van de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  1. 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  1. 4.

    Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.

  1. 5.

    In afwijking van het bepaald in voorgaande leden is de belasting, bedoeld in hoofdstuk II van de tarieventabel, verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.

Artikel 7. Kwijtschelding

Bij de invordering van de afvalstoffenheffing wordt geen kwijtschelding verleend van de tarieven opgenomen in Hoofdstuk I onder 1.3 en Hoofdstuk II van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 8. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de reinigingsheffingen.

Artikel 9. Inwerkingtreding en citeertitel

  1. 1.

    De 'Verordening afvalstoffenheffing 2018' van 14 december 2017, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  1. 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.

  1. 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

  1. 4.

    Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening afvalstoffenheffing 2019'.

Sluiting

Zuidwolde, 20 december 2018

De raad voornoemd,

griffier, voorzitter,

drs. I.J. Gehrke, R.T. de Groot

Bijlage