Verordening op het sociaal participatiefonds 2012

Home > Raad en College > Verordeningen, overige regelingen en beleidsregels > Verordening op het sociaal participatiefonds 2012

Verordening op het sociaal participatiefonds 2012

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente De Wolden
Officiële naam regelingVerordening op het sociaal participatiefonds 2012
CiteertitelVerordening op het sociaal participatiefonds 2012
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn

Opmerkingen m.b.t. de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Artikel 147, lid 1, Gemeentewet

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftDatum ondertekening, Bron bekendmakingKenmerk voorstel
28-02-2012 n.v.t. Gewijzigde regeling 26-02-2012 De Wolder Courant 2013 - III / 6

Tekst van de regeling

De raad van de gemeente De Wolden;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van gemeente De Wolden d.d. 10 februari 2012;

gelet op artikel 147, eerste lid van de gemeentewet;

overwegende, dat de gemeente De Wolden streeft naar een groter bereik van minimaregelingen onder haar burgers:

Besluit:

Vast te stellen de Verordening op het sociaal participatiefonds 2012;

Hoofdstuk 1

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

1. Alle begrippen die in deze verordening en de toelichting worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand en de Algemene wet bestuursrecht.

2. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a. De wet: de Wet werk en bijstand

b. Huishouden de personen die voldoen aan:

a. De alleenstaande ouder of het gezin, inclusief de hen ten laste komende kinderen;

b. Én ingeschreven staan op het adres van de belanghebbende(n) in de gemeentelijke basisadministratie van deze gemeente;

c. Sociaal participatiefonds een door de gemeenteraad ingesteld fonds ten behoeve van de uitvoering van het gemeentelijk minimabeleid;

d. Inkomen inkomsten uit of in verband met arbeid, inkomsten uit vermogen, sociale zekerheidsuitkeringen, uitkeringen tot levensonderhoud op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, inkomen uit studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000, met uitzondering van het bepaalde in art. 31, lid 2 en 3 van de wet;

e. WWB Wet werk en bijstand;

f. Ioaw Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;

g. Ioaz Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.

Artikel 2. Kostensoorten

1. De bijdrage als bedoeld in deze verordening is bedoeld als tegemoetkoming in de kosten van sociale participatie en sociaal culturele activiteiten, waaronder in ieder geval worden gerekend:

a. de contributie die verschuldigd is als lid van een sportvereniging;

b. kosten actieve sportbeoefening in een daartoe gespecialiseerd instituut;

c. de contributie die verschuldigd is als lid van een sociale of een culturele vereniging, of voor de deelname aan sociaal culturele activiteiten;

d. de contributie die verschuldigd is als lid van een openbare bibliotheek;

e. de abonnementskosten die zijn verschuldigd voor aansluiting op een telefoonnet;

f. de abonnementskosten van dag-, week- en maandbladen;

2. De kostensoorten zoals genoemd in lid 1 zijn niet limitatief.

Artikel 3. Aanvraagprocedure

1. Een bijdrage als bedoeld in artikel 5 van deze verordening wordt op aanvraag beoordeeld en vastgesteld.

2. De in lid 1 bedoelde aanvraag vindt plaats door middel van een daartoe strekkend aanvraagformulier.

3. Indien bij de in lid 1 bedoelde aanvraag aan de voorwaarden als genoemd in artikel 4 wordt voldaan, volgt toekenning van de bijdrage als bedoeld in artikel 5.

4. Een aanvraag over enig kalenderjaar moet zijn ingediend en ontvangen tijdens het kalenderjaar, uiterlijk op 31 december van het betreffende kalenderjaar.

Artikel 4. Voorwaarden

1. Een bijdrage als bedoeld in artikel 5 kan worden toegekend aan een alleenstaande, alleenstaande ouder of gezin, indien is voldaan aan de voorwaarden vermeld in dit artikel.

2. De belanghebbende is ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) van de Gemeente De Wolden.

3. Het inkomen van de belanghebbende(n), exclusief vakantietoeslag, mag niet meer bedragen dan 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in Hoofdstuk 3, paragraaf 3.2 van de Wet werk en bijstand, inclusief de van toepassing zijnde toeslag of verlaging ingevolge de van toepassing zijnde Toeslagenverordening Wet werk en bijstand en exclusief vakantietoeslag.

4. Het vermogen van de belanghebbende(n) mag niet meer bedragen dan de in artikel 34 van de Wet werk en bijstand genoemde toepasselijke vermogensgrenzen.

5. Het inkomen en vermogen, zoals bedoeld in de leden 3 en 4, wordt vastgesteld op de 1e dag van de maand waarin de aanvraag wordt gedaan.

6. Belanghebbenden, die een inkomen hebben uit de WWB, worden geacht aan de in de leden 3 en 4 genoemde voorwaarden te hebben voldaan.

7. Belanghebbende(n) moet(en), als hierom verzocht wordt, kunnen aantonen dat de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt.

Artikel 5. Hoogte en uitbetaling van de bijdrage

1. De bijdrage bedraagt per kalenderjaar:

a. € 185,00 per alleenstaande;

b. € 124,00 per alleenstaande ouder;

c. € 124,00 per gezin;

d. € 124,00 per ten laste komend kind;

e. in aanvulling op de bijdrage zoals vermeld onder a t/m d wordt een bijdrage van € 168,00 per huishouden verstrekt.

2. Het bedrag, zoals genoemd in lid 1, wordt jaarlijks per 1 januari aangepast (geïndexeerd) met het percentage van de verhoging of van de verlaging van de bijstandsnorm, zoals genoemd in artikel 38 j° de artikelen 21 en 22 van de Wet werk en bijstand (WWB).

3. De in lid 2 bedoelde indexering vindt niet tussentijds plaats, indien de bijstandsnormen van de WWB gedurende het kalenderjaar bij wet aangepast wordt. Deze laatst bedoelde verhoging of verlaging van bijstandsnorm wordt dan toegepast per 1 januari van het volgende kalenderjaar.

4. De hoogte van de bijdrage, zoals genoemd in lid 1, is niet afhankelijk van de datum waarop de aanvraag is ingediend.

5. De hoogte van de bijdrage, zoals bedoeld in lid 1, wordt bepaald door de samenstelling van het huishouden op de 1e dag van de maand waarin de aanvraag is gedaan.

6. De bijdrage, zoals bedoeld in lid 1 onder a t/m d, wordt voor belanghebbenden die in enige maand van het kalenderjaar een aanvraag hebben ingediend, op zo kort mogelijke termijn nadat de beslissing is genomen op de aanvraag, uitbetaald.

7. De bijdrage, zoals bedoeld in lid 1 onder e wordt tegelijkertijd toegekend met de bijdrage zoals bedoeld in lid 1 onder a t/m d, maar wordt uitbetaald aan het eind van ieder kalenderjaar.

Artikel 6. Onvoorziene omstandigheden en bijstelling verordening

Burgemeester en wethouders beslissen in gevallen waarin deze verordening niet voorziet.

Artikel 7. Terugvordering

Een ingevolge de bepalingen van deze verordening toegekende bijdrage wordt niet teruggevorderd.

Artikel 8. Slotbepalingen

1. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die waarop zij is bekendgemaakt en werkt terug tot 1 januari 2012.

2. Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening op het sociaal participatiefonds 2012”.

Sluiting

Zuidwolde, 23 februari 2012

De raad voornoemd,

griffier, voorzitter,

drs. I.J. Gehrke J.G. Vlietstra

Toelichting 1

Verordening op het sociaal participatiefonds 2012

Het sociaal participatiefonds is door de gemeenteraad ingesteld vanwege de gedachte dat een ieder die in de gemeente De Wolden woonachtig is, moet kunnen deelnemen aan sociaal culturele activiteiten, ook diegenen met minder draagkracht. Het sociaal

participatiefonds wordt gefinancierd uit de algemene middelen en heeft daarom in die zin geen formele directe relatie met minimaregelingen die zijn gebaseerd op artikel 35 van de Wet werk en bijstand.

Om de uitvoering van het minimabeleid zo eenvoudig en eenduidig mogelijk te houden wordt rekening gehouden met de invoering van de Wet Aanscherping WWB ingaande 1 januari 2012. Op grond van deze wet dient het norminkomen voor het minimabeleid vastgesteld te worden op 110%. Naast de wijziging van het norminkomen brengt de Wet Aanscherping WWB de verordeningsplicht voor een participatieverordening voor schoolgaande kinderen met zich mee. Deze beide aspecten maken dat de Verordening op het sociaal participatiefonds opnieuw wordt bezien en aangepast.

Artikelsgewijze toelichting

Toelichting artikel 1

In dit artikel zijn de begripsomschrijvingen geactualiseerd en zo veel als mogelijk in overeenstemming gebracht met de bepalingen zoals die in de Wet werk en Bijstand worden gehanteerd. Daarbij zijn de begrippen die in de WWB staan vermeld met deze

wijziging verwijderd uit artikel 1.

Toelichting artikel 1 onder b

De definitie van huishouden is in deze verordening opgenomen om duidelijkheid te verschaffen welke personen er tot een huishouden gerekend kunnen worden. Deze definitie is van belang voor de toepassing van de bepalingen in artikel 5 lid 5 van deze verordening. Concreet betekent dit dat alleenstaanden, alleenstaande ouders en gezinnen aanspraak kunnen maken op een bijdrage in het kader van dit participatiefonds. Ten laste komende kinderen kunnen niet zelfstandig een aanvraag indienen, voor hen geldt dat de bijdrage aan hun ouders wordt toegekend.

Met de Wet Aanscherping WWB is ingaande 1 januari 2012 de term gezin geïntroduceerd. Toepassing van deze definitie zou betekenen dat ten behoeve van ten laste komende kinderen geen aparte financiële tegemoetkoming toegekend kan worden. Kinderen moeten in hun kansen en mogelijkheden op ontwikkeling echter niet worden belemmerd door de slechte financiële positie van hun ouders. Maatschappelijke participatie van een kind is van groot belang met het oog op een zelfredzame toekomst. In dat verband is het gewenst dat inkomensondersteuning ten behoeve van die participatie rechtstreeks aan zoveel mogelijk minderjarige kinderen van de doelgroep ten goede komt. In de Verordening Participatie schoolgaande kinderen is met name aandacht voor voorzieningen met een educatief karakter. Op basis van deze verordening kan ten behoeve van zowel de alleenstaande ouder of het gezin als voor de ten laste komende kinderen een financiële tegemoetkoming worden gevraagd voor de kosten van sociale participatie en sociaal culturele activiteiten.

Is er daarentegen sprake van een gezin of alleenstaande ouder met inwonende meerderjarige kinderen, dan is er bij de toepassing van deze Verordening wel sprake van een gezin (zoals bedoeld in de WWB) en wordt slechts de bijdrage ten behoeve van een gezin toegekend.

Indien op één adres meerdere belanghebbenden wonen, dienen deze afzonderlijk een aanvraag in te dienen. Hierbij kan worden gedacht aan de situatie dat bij een gezin met twee ten laste komende kinderen een alleenstaande inwoont. De alleenstaande wordt dan niet tot het huishouden gerekend, maar kan wel zelfstandig belanghebbende zijn. Hij dient dan apart een aanvraag in te dienen.

Toelichting artikel 1 onder d

Met de definitie van inkomen wordt hier aangesloten bij de bepalingen van de Wet werk en bijstand, met name de artikelen 31, 32 en 33.

Toelichting artikel 2

De bijdrage die op grond van de bepalingen in deze verordening aan belanghebbenden wordt toegekend, is bedoeld als tegemoetkoming voor kosten die gemaakt moeten worden voor deelname aan het maatschappelijk, sociaal en cultureel verkeer. Een limitatieve opsomming is niet gegeven, om te vermijden dat een aanvraag voor een kostensoort om die reden zou moeten worden afgewezen. Gezien de voortdurende verandering van de consumentenbehoefte zou dit verstarrend en betuttelend kunnen werken. De gemeente De Wolden streeft ernaar juist te bevorderen dat door middel van de bijdrage de deelname aan activiteiten wordt verhoogd en in ieder geval mogelijk gemaakt voor grotere groepen belanghebbenden.

De kostensoort ‘ouderbijdrage voor schoolactiviteiten’ is ingaande 1 januari 2012 verwijderd uit de opsomming. Deze kostensoort is per deze datum ondergebracht in de nieuwe Verordening participatie schoolgaande kinderen 2012.

Toelichting artikel 3

Onderzoeksbureau KWIZ heeft in haar rapport “Werk, inkomen en zorg in De Wolden” aanbevolen het participatiefonds onverkort te handhaven, zoveel mogelijk één uniforme inkomensgrens te hanteren voor zoveel mogelijk regelingen en zo mogelijk steeds de vermogensgrenzen uit de WWB te hanteren. In de bepalingen van dit artikel en artikel 4 is aan deze aanbevelingen gevolg gegeven.

Toelichting artikel 3, lid 4

Dit artikellid is opgenomen om te voorkomen dat na afloop van een kalenderjaar alsnog over voorgaande jaren een bijdrage kan worden aangevraagd.

Toelichting artikel 4

Belanghebbenden die in aanmerking kunnen komen voor een bijdrage zijn alleenstaanden, alleenstaande ouders met ten laste komende kinderen of gezinnen, al dan niet met ten laste komende kinderen.

In deze verordening is in het verleden gekozen voor een inkomensgrens van 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, exclusief vakantietoeslag. Deze grens is vastgesteld naar aanleiding van de aanbevelingen van onderzoeksbureau KWIZ, die in juni 2001 in haar rapport “Werk, inkomen en zorg in De Wolden” adviseerde om deze grens ten aanzien van alle regelingen, welke betrekking hebben op “minimahuishoudens”, toe te passen. Tussentijds is de inkomensgrens gesteld op 120%

van de toepasselijke bijstandsnorm. Ingaande 1 januari 2012, met de Wet Aanscherping WWB, dient de inkomensgrens wederom vastgesteld te worden op 110%.

Gekozen is voor de inkomens- en vermogensgrenzen welke in de artikelen 20 t/m 24 en 34 van de WWB zijn genoemd, alsmede in de Toeslagenverordening Wet werk en bijstand welke is gebaseerd op de artikelen 25 t/m 30 van de WWB.

De grens van 110% geldt dus voor de van toepassing zijnde norm, inclusief de toeslag en exclusief de vakantietoeslag. Ter illustratie: Een belanghebbende is alleenstaande, 21 jaar en heeft een inkomen uit Wajong, hetgeen ongeveer overeenkomt met het minimum(jeugd)loon voor 21-jarigen. Van toepassing is dan de norm welke in artikel 20 van de wet wordt genoemd, exclusief vakantietoeslag. Daarbij dient dan nog opgeteld te worden de toeslag, welke volgens de toeslagenverordening geldt, eveneens exclusief vakantietoeslag. Het totaal inkomen uit Wajong mag niet hoger zijn dan 110% van deze norm in de WWB en de eventuele toeslag, beiden exclusief vakantietoeslag. Verder gelden de normale vermogensgrenzen zoals in artikel 34, lid 3 van de WWB.

Toelichting artikel 4 lid 2

Om in aanmerking te komen voor een bijdrage uit het Sociaal Participatiefonds moet de belanghebbende inwoner zijn van de Gemeente De Wolden en ingeschreven staan in de gemeentelijke basisadministratie.

Toelichting artikel 4 lid 5

De inkomens- en vermogengrenzen worden in de diverse sociale zekerheidswetten, waaronder de WWB, Ioaw en Ioaz, regelmatig aangepast. Om ervoor te zorgen dat eenduidig vaststaat welke grenzen gehanteerd moeten worden bij een aanvraag, is gekozen voor de systematiek van de 1e dag van de maand waarin de aanvraag is ingediend.

Toelichting artikel 4 lid 6

Met dit artikel wordt voorkomen dat voor reeds bekende bijstandsgerechtigden nogmaals de inkomens- en vermogensgrenzen moeten worden getoetst. Deze gegevens mogen als bekend verondersteld worden.

Toelichting artikel 4 lid 7

In verband met het inwerking treden van de Wet werk en bijstand is het niet langer mogelijk om de bijdrage ambtshalve toe te kennen. Het aantonen van de kosten is een verplichting waaraan belanghebbende desgevraagd moet voldoen. Vastgesteld moet worden dat de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt.

Het is aan de gemeente om te bepalen hoe wordt vastgesteld en vastgelegd dat de belanghebbende de kosten daadwerkelijk gemaakt heeft. In De Wolden is gekozen voor verificatie door middel van een steekproef achteraf. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij

het controleplan WWB. Kunnen de kosten over enig jaar niet aangetoond worden dan kan het College besluiten dat de kosten voor volgende jaren voorafgaand aan de toekenning aangetoond moeten worden met bewijsstukken.

Toelichting artikel 5 lid 1

Ingaande 1 januari 2012 is er voor gekozen om geen onderscheid meer te maken in kinderen die de basisschool bezoeken en de overige kinderen. Voor alle ten laste komende kinderen wordt nu één bijdrage per jaar vastgesteld. Niet duidelijk is waarom voor basisschoolkinderen een hogere bijdrage werd aangehouden, daarom wordt dit onderscheid niet meer gehandhaafd.

Toelichting artikel 5 leden 2 en 3

De bijdrage wordt jaarlijks per 1 januari aangepast, analoog aan de verhoging (of verlaging!) van de gezinsnorm zoals deze in de WWB onder artikel 21, lid 1 is opgenomen.

Uit oogpunt van efficiency wordt de bijdrage jaarlijks aangepast, terwijl de bijstand gemiddeld halfjaarlijks wordt aangepast. Om te vermijden dat een deel van de doelgroep wel profiteert van de halfjaarlijkse aanpassing van de bijstand en een ander deel niet, is gekozen voor deze systematiek. Derhalve zal de verhoging per juli van enig jaar pas effectief worden ingaande 1 januari van het daarop volgende jaar.

Toelichting artikel 5 lid 4

Met deze bepaling wordt de bijdrage niet afhankelijk gesteld van het moment waarop iemand in de situatie verkeert dat hij hierop een beroep kan doen. Indien belanghebbende(n) voorafgaand aan het moment waarop aan de inkomensgrens van 110% wordt voldaan, reeds kosten in de zin van deze verordening heeft gemaakt, dan gaan we er van uit dat deze kosten worden voortgezet.

De gedachte hierbij is dat voortzetting van de sociaal cultureel activiteiten zo van belang is, dat reeds bij aanvang van een uitkeringssituatie een bijdrage kan worden toegekend, om deze kosten te bestrijden.

Toelichting artikel 5 lid 5

Analoog aan de bepalingen in artikel 4 lid 5, is het van belang vast te stellen op welk moment de grootte van het huishouden wordt bepaald.

Toelichting artikel 5 lid 6 en 7

De bijdrage als bedoeld in lid 1 onder a t/m d wordt uitbetaald in het eerste kwartaal van ieder kalenderjaar. Hiertoe wordt de bij ons bekende doelgroep aan het begin van het kalenderjaar actief benaderd. Bij nieuwe cliënten WWB/ IOAW/IOAZ wordt de aanvraag

Sociaal participatiefonds actief toegestuurd. De bijdrage als bedoeld in lid 1 onder e wordt aan het eind van het kalenderjaar uitbetaald aan de rechthebbenden.

Toelichting artikel 6

In die gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslissen (formeel) burgemeester en wethouders. In de praktijk is deze bevoegdheid gemandateerd aan de medewerkers van de cluster Sociale zaken.

Toelichting artikel 7

Terugvordering kan slechts aan de orde zijn, indien achteraf blijkt dat aan een belanghebbende, ten onrechte bijstand is verleend wegens bijvoorbeeld oververmogen en/of inkomsten welke niet opgegeven werden. In de praktijk komt dit weinig voor.

Bovendien zijn de kosten om de bijdrage terug te vorderen hoger dan de te vorderen bedragen.

Bij weigering de bedragen terug te betalen, zal de gemeente naar de civiele rechter moeten stappen, hetgeen veel kosten met zich meebrengt door de procedure die moet worden gevolgd. De bepalingen van de WWB, Ioaw en Ioaz zijn nl. niet van toepassing, hier geldt het Burgerlijk Wetboek (BW). Daarom is besloten om in het geheel geen terugvorderingsgronden toe te voegen.

Toelichting artikel 8

De gedachte achter de terugwerkende kracht is dat diegenen die reeds na 1 januari 2012 (maar voor de bekendmaking van deze verordening) een aanvraag hebben ingediend, dezelfde rechten toekomen als iemand die na bekendmaking van de verordening een aanvraag indient.