Verordening subsidiëring godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs

Home > Raad en College > Verordeningen, overige regelingen en beleidsregels > Verordening subsidiëring godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs

Verordening subsidiëring godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente De Wolden
Officiële naam regelingVerordening subsidiëring godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs
CiteertitelVerordening subsidiëring godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerponderwijs

Opmerkingen m.b.t. de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Artikel 50 Wet Primair Onderwijs
  2. Artikel 51 Wet Primair Onderwijs

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftDatum ondertekening, Bron bekendmakingKenmerk voorstel
01-08-2009 01-08-2009 Nieuwe regeling 10-09-2009 Wolder Courant 2009 - VIII/5

Tekst van de regeling

Nr. XIII / 5

De raad van de gemeente DE WOLDEN;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 augustus 2009;

gelet op de artikelen 50 en 51 van de Wet Primair Onderwijs;

Besluit:

vast te stellen de navolgende verordening:

VERORDENING VOOR HET VERLENEN VAN EEN TEGEMOETKOMING IN DE KOSTEN VAN HET DOEN GEVEN VAN GODSDIENSTONDERWIJS EN LEVENSBESCHOUWELIJK VORMINGSONDERWIJS AAN LEERLINGEN VAN OPENBARE BASISSCHOLEN IN DE GEMEENTE DE WOLDEN

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Deze verordening is van toepassing ingeval het Dienstencentrum GVO en HVO een verzoek tot bekostiging van godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs heeft afgewezen en deze afwijzing niet het gevolg is van het handelen of nalaten van de aanvrager(s).

Artikel 2

  1. 1.

    Aan de kerkelijke gemeenten, plaatselijke kerken of rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid bezittende organisaties op geestelijke grondslag, als bedoeld in artikel 31 van de Wet Primair Onderwijs wordt op aanvraag een tegemoetkoming in de kosten van het doen geven van godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs aan leerlingen van openbare scholen voor basisonderwijs in de gemeente De Wolden.

  2. 2.

    De aanvraag als bedoeld in het voorgaande lid dient tot burgemeester en wethouders te worden gericht.

Artikel 3

Indien de ouders, voogden of verzorgers van de leerlingen dit wensen, wordt binnen de normale schooltijden in de schoolgebouwen onderwijs als bedoeld in artikel 1 gegeven aan de daarvoor in aanmerking komende groepen. De ouders, voogden of verzorgers kunnen dit verlangen kenbaar maken door per individuele leerling aan de directeur van de school een verklaring te overhandigen, waarvan het model wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. De verklaring houdt in ieder geval ruimte voor het aangeven van de keuze tussen:

  1. a.

    het volgen van godsdienstonderwijs; danwel

  2. b.

    het volgen van levensbeschouwelijk vormingsonderwijs; danwel

  3. c.

    het volgen van andere lessen, als aangegeven in het activiteitenplan.

Artikel 4

De verantwoordelijkheid voor de inhoud van godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs, de wijze waarop het wordt gegeven en voor de keuze van leermiddelen die worden gebruikt, berusten bij de organisatie welke dit onderwijs doet geven.

Artikel 5

De tegemoetkoming wordt verleend voor het doen geven van godsdienstonderwijs dan wel levensbeschouwelijk vormingsonderwijs aan de leerlingen van de groepen 6, 7 en 8.

Artikel 6

  1. 1.

    De tegemoetkoming wordt niet verleend wanneer de les bezocht wordt door minder dan 30% van de leerlingen van de groep of groepen, waaruit de leerlingen afkomstig zijn. Hierbij kunnen leerlingen, die wegens ziekte of om andere redenen verhinderd zijn de les bij te wonen, worden meegerekend, indien zij naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders geacht kunnen worden regelmatig aan dit onderwijs deel te nemen.

  2. 2.

    Voor de vaststelling van het aantal leerlingen wordt als basis genomen het aantal leerlingen van de betreffende groepen naar de toestand op de wettelijke teldatum van het schooljaar.

Artikel 7

De tegemoetkoming wordt per les van 45 minuten bepaald op 75% van het te berekenen uurbedrag op basis van het gemiddelde tussen het minimum van salarisschaal 7 en het maximum van salarisschaal 8 als vermeld op bijlage ha van de bezoldigingsverordening naar de delen van 26 uren per week (maximum aantal lesuren per week).

Artikel 8

Voor de uitbetaling van de in voorgaande artikelen bedoelde tegemoetkoming zendt de in artikel 1 bedoelde organisatie binnen acht weken na afloop van het schooljaar een jaarverslag in bij het college van burgemeester en wethouders, vermeldende voor elke school afzonderlijk tenminste de volgende gegevens:

  1. 1.

    De naam van de perso(o)n(en) die belast is/zijn geweest met het geven van godsdienstonderwijs/levensbeschouwelijk vormingsonderwijs.

  2. 2.

    Het aantal lessen dat in het betreffende schooljaar werd gegeven.

  3. 3.

    Aan welke groepen leerlingen de lessen werden gegeven.

  4. 4.

    Het aantal leerlingen van de groepen waaraan les werd gegeven. Het jaarverslag wordt, voor inzending, door de directeur van de openbare basisschool voor akkoord getekend.

Artikel 9

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd op verzoek van de instanties een voorschot op de tegemoetkoming te verlenen. De instantie zendt het verzoek als hiervoor bedoeld, voor de eerste dag van het tijdvak waarvoor de tegemoetkoming geldt, bij burgemeester en wethouders in, met de voor de bepaling van de hoogte van het voorschot benodigde gegevens.

Artikel 10

De personen, belast met het geven van godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs gedragen zich naar de aanwijzingen, zoals deze door de directeur van de school kunnen worden gegeven. Zij verstrekken aan de directeur van de school alle verlangde inlichtingen.

Artikel 11

Personeel dat aan de school is verbonden, kan in geen geval voor de toepassing van deze verordening met het geven van godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs worden belast.

Artikel 12

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd te beslissen, voor zover nodig in afwijking van het in deze verordening bepaalde, in gevallen waarin deze verordening naar hun oordeel niet voorziet.

Artikel 13

De door de raad bij besluit van 25 juli 1998 nr. VII/11 vastgestelde verordening inzake subsidiëring van godsdienstonderwijs en vormingsonderwijs vervalt met ingang van 1 augustus 2009.

Artikel 14

Deze verordening treedt in werking op 1 augustus 2009 en kan worden aangehaald als "Verordening subsidiëring godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs".

Sluiting

Zuidwolde, 10 september 2009

De raad voornoemd,

griffier, voorzitter,

(mw. drs. I.J. Gehrke) (P.H. Snijders)