Vrijkomende Agrarische Bebouwing

Home > Wonen en Leven > Ruimtelijk beleid > Vrijkomende Agrarische Bebouwing

Vrijkomende Agrarische Bebouwing

In de bijlage bij het Financieel Dagblad, editie 18 september 2014, staat een artikel over de uitgangspunten in de notitie Vrijkomende Agrarische Bebouwing. Wethouder Jan ten Kate: “De Wolden is een actieve en betrokken gemeente en biedt ondernemers volop kansen. Met dit artikel in een landelijke krant onderstrepen we dat. We gaan graag in gesprek met ondernemers die in De Wolden een bedrijf willen starten. Van harte welkom!"

Onder dit bericht vindt u het genoemde artikel en andere downloads.

Wie plannen heeft om een onderneming te starten in een vrijkomend agrarisch gebouw in De Wolden krijgt sneller duidelijkheid of zijn of haar plannen passend zijn. De gemeente heeft beleid ontwikkeld op het gebied van Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB). We willen hiermee de economie versterken en de ruimtelijke kwaliteit behouden.

Het aantal agrarische bedrijven loopt terug. De gemeente wil in de vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen nieuwe bedrijvigheid toestaan. Uit onderzoek is gebleken dat ondernemers in De Wolden graag wonen en werken op één locatie.

Opvallende versoepelingen in de uitgangspunten zijn dat er activiteiten mogelijk zijn in hoofd- én bijgebouwen, en dat het vestigen van een bedrijf is toegestaan mits de woonfunctie behouden blijft. Dit omdat de combinatie van wonen en werken meerwaarde heeft in het landelijk gelegen gebied. Met dit VAB beleid hoeft de gemeente niet meer voor iedere individuele situatie een afweging te maken.

Doelstelling versterken van economisch draagvlak

Om de economie te bevorderen op het platteland biedt de gemeente meer mogelijkheden om een bedrijf te starten in een pand dat zijn agrarische functie verloren heeft. Door zinvol hergebruik te stimuleren, versterkt de gemeente de leefbaarheid en de economie in de dorpen en het buitengebied.foto VAB beleid

Doelstelling versterken van de ruimtelijke kwaliteit

De bevordering van hergebruik van gebouwen versterkt de ruimtelijke kwaliteit van het platteland. Daarnaast wordt door hergebruik leegstand en ongewenst gebruik voorkomen. Bovendien bevordert nieuwe bedrijvigheid de kwaliteit van de panden en de erven.

Waar moet de aanvrager rekening mee houden?

Hoewel het nieuwe beleid een versoepeling is, heeft de gemeente enkele uitgangspunten omschreven waarmee belangstellenden rekening moeten houden. Er zijn enkele voorwaarden:

  • Onder vrijkomende agrarische bebouwing worden ook voormalige agrarische gebouwen gerekend, die al zijn omgezet naar een andere bestemming. Bijvoorbeeld naar een woonbestemming of een agrarisch aanverwante of dienstverlenende functie;
  • Het gebouw moet minstens 3 jaar voor de aanvraag zijn opgericht;
  • Het gebouw moet minstens 3 jaar in agrarisch gebruik zijn geweest;
  • Het gebouw/bouwwerk moet met vergunning gebouwd zijn;
  • Het gebouw moet onderdeel uitmaken of in het verleden onder uitgemaakt hebben van een agrarisch bouwperceel. Een reguliere woning en bijvoorbeeld veldschuren die geen onderdeel uitmaakten van een agrarisch bouwperceel komen niet in aanmerking.
  • Bedrijfsactiviteiten moeten binnen de bestaande gebouwen plaatsvinden. Dit kan het oorspronkelijke boerderijpand zijn waarin ook de woonfunctie is gevestigd. Het kan ook gaan om vrijstaande stalgebouwen of schuren bij het oorspronkelijke boerderijpand/woonhuis. De bestaande gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfsgebouwen waaronder overkappingen mag met een binnenplanse ontheffing eenmalig tot ten hoogste 500 m2 (totaal aan bedrijfsgebouwen) worden uitgebreid;
  • Incidentele buitenopslag moet aan het zicht onttrokken worden en op een goede wijze op het erf worden ingepast. Eventuele buitenopslag, die is toegestaan, moet deel uitmaken van het inrichtingsplan. Dit om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen;
  • De nieuwe functie moet leiden tot een verbetering en/of behoud van de ruimtelijke kwaliteit en mag geen ongewenste verstedelijking of aantasting van landschappelijke/natuurlijke waarden veroorzaken;
  • Er moet sprake zijn van een goede landschappelijke inpassing. Er moet een inrichtingsplan voor het totale erf (en de directe omgeving) worden ingediend. De gemeente beoordeelt bijvoorbeeld hoe vorm en omvang van de gebouwen is in relatie tot de landschapskwaliteit, en het handhaven of verbeteren van de landelijke uitstraling van het gebied. Het Landschapsontwikkelingskader vorm de basis voor de beoordeling;
  • Er mag sprake zijn van detailhandel, indien de detailhandelsactiviteiten ondergeschikt zijn aan de hoofdactiviteit en daarmee een directe relatie hebben. Het maximaal toegestane bruto winkeloppervlak bedraagt 60 m2;
  • Reclame-uitingen moeten in overeenstemming zijn met het Reclamebeleid en de Welstandsnota;
  • De bedrijfsactiviteit moet zich verhouden tot de functies in de directe omgeving. Toegestaan zijn in beginsel de categorieën 1, 2 en 3.1 van de VNG handreiking “Bedrijven en Milieuzonering”, mits voldaan wordt aan de daarin genoemde richtafstanden. Bedrijvenlijst uit de VNG handreiking is opgenomen als bijlage in het VAB-beleid;
  • De bedrijfsactiviteit mag bestaande (agrarische) bedrijven in de omgeving niet belemmeren in de bedrijfsvoering;
  • De bestaande infrastructuur moet berekend zijn op de nieuwe activiteit. Bedrijven met een grote verkeersaantrekkende werking moeten langs doorgaande wegen gevestigd worden;
  • Eventuele benodigde parkeerplaatsen worden ingepast op het eigen erf. Dit moet deel uitmaken van het inrichtingsplan.

In de beheersverordening “Buitengebied De Wolden” is een binnenplanse afwijking opgenomen om gebruik te maken van deze regeling, in dit geval betreft het een regluieren procedure omgevingsvergunning. Locaties gelegen in andere bestemmingsplannen en beheersverordening hebben deze regeling meestal niet opgenomen, toch kan hier wel gebruik van gemaakt worden als wordt voldaan aan de voorwaarden. Echter zal in die gevallen wellicht gebruik gemaakt moeten worden van een uitgebreide procedure omgevingsvergunning of een ebstemmingsplanprocedure. Om van te voren aan te kunnen geven of medewerking verleend kan worden aan deze vergunning is het wenselijk eerst een planologisch principeverzoek in te dienen.

Contact

E-mail: gemeente@dewolden.nl

Bel ons op:

14 0528
(zonder kengetal)

Postadres

Postbus 20, 7920 AA Zuidwolde

Bezoekadres

Raadhuisstraat 2
7921 GD Zuidwolde

Openingstijden

Contactinformatie